“Met een viool kun je niet liegen”

De Tsjechische violiste en stemkunstenares Iva Bittová
Muziek

Ze zijn dun gezaaid: artiesten wier werk zo uniek en ongrijpbaar is dat je er een nieuwe categorie voor dient te verzinnen. De Tsjechische Iva Bittová (54) heeft, met haar veelzijdige vioolspel, haar verbluffende stem en haar afwisselend uitbundige en ingehouden theatraliteit, echter haar eigen universum geschapen. Pas nadat ze een decennium als actrice had gewerkt, gehoorzaamde ze, halverwege de jaren tachtig, aan de dwang van haar muzikale genen. Sindsdien weet ze, waar ze ook speelt, het publiek zonder moeite in vervoering te brengen. De jongste 25 jaar wipte de muzikante met de Moravische roots achteloos van folk naar rock, van elektronica naar house, van avant-jazz naar klassiek. Bittová voelt zich perfect op haar gemak in de wereld van de geïmproviseerde muziek, maar ook als hoedster van kinderkoren. Onverdroten gaat ze allianties aan die telkens nieuwe aspecten van haar talent naar boven brengen. De jongste jaren werkte ze samen met Slowaakse componist Vladímir Godár en met diverse vooraanstaande strijkkwartetten. Sinds ze naar de VS emigreerde, maakt ze deel uit van bands als Checkpoint KBK en Eviyan. Onlangs nog bracht ze de cd’s My Funny Lady en Zvon uit, die ze respectievelijk opnam met het Nederlands Blazers Ensemble en het Praags Filharmonisch Kamerorkest. Dit jaar verschijnt bij ECM haar lang verwachte nieuwe soloplaat. “Ik vind het leuk grillige paadjes te exploreren”, zegt ze. “Roem is voor mij nooit een motivatie geweest.”

Dirk Steenhaut

 

Iva Bittová ziet haar viool als een verlengstuk van haar persoonlijkheid. “Ik voel me vooral aangetrokken tot de filosofie van de viool. De ritmische en harmonische mogelijkheden van het instrument zijn onuitputtelijk en je kunt er een rijk klankenpalet mee ontwikkelen. Tegelijk is het moeilijk bespeelbaar: om mijn techniek op peil te houden, zit er niet anders op dan dagelijks urenlang te oefenen. Dat vergt discipline. Maar daardoor heb ik wèl het vermogen ontwikkeld me op diverse terreinen te manifesteren en de klanken die in mijn hoofd opborrelen prompt in muziek te vertalen.”

 

Stilistische begrenzingen noemt Bittová irrelevant. De ene avond infiltreert ze een klezmerband, de andere geeft ze zich over aan pure improvisatie. Ze ziet er zelfs geen graten in haar krachten te bundelen met een DJ als Javas of met een elektrogoochelaar als Susumu Yokota. “Moeder was zangeres, vader muzikant en thuis luisterden we naar de meest uiteenlopende soorten muziek. Ieder genre is voor mij een ander register van dezelfde taal. Daarom kan ik in de dingen die ik doe onmogelijk een hiërarchie aanbrengen. Ik ben klassiek geschoold, maar mijn muziek slorpt alles op waar ik tijdens mijn leven mee geconfronteerd word. Het meeste belang hecht ik aan een mooie toon, in combinatie met de juiste energie.”

 

Op solo-cd’s zoals Divná Slecinka (‘Rare jongedame’) of Ne Nehledej (‘Hou op met zoeken’) vertonen Bittová’s composities nog minimalistische trekjes. Toch krijg je als luisteraar nooit het gevoel dat er iets aan ontbreekt. Nu eens lijken de zangpartijen en vioolfrasen onmerkbaar samen te smelten, dan weer krijg je de indruk dat ze elkaar naar het leven staan. De Tsjechische puurt haar speelstijl uit verschillende technieken, die ze behendig door elkaar weeft. De ene keer tokkelt ze op haar viool als was het een banjo of een ukulele, de andere hanteert ze een strijkstok of een willekeurig object waarmee ze ritmisch op de snaren tikt. “Gitaristen experimenteren toch ook voortdurend met de mogelijkheden van hun instrument? Ik zie niet in waarom ik me tot één manier van spelen zou moeten beperken, als je je viool, met een minimum aan verbeelding, zoveel verrassende geluiden kunt ontlokken. Noem het een speelse manier om mijn muzikale vocabulaire uit te breiden. Anderzijds, met een viool kun je niet liegen. Heb ik een minder dagje, dan laat ze me dat zonder omwegen weten. Het is een genadeloze partner.”

 

Ook al heeft ze er inmiddels een kwarteeuw ervaring mee, de combinatie viool spelen en zingen is voor Iva Bittová nog steeds niet vanzelfsprekend. “Toen ik vioolles volgde bij Rudolf Stasny raakte ik door het intensieve oefenen geestelijk en lichamelijk dermate uitgeput, dat ik op een bepaald moment, al musicerend, spontaan begon te zingen. Aanvankelijk was het slechts een manier om stoom af te blazen. Maar het voelde goed aan, dus ik ben het blijven doen.”

 

Tegenwoordig wordt Bittová in één adem genoemd met ‘stemkunstenaressen’ als Meredith Monk, Diamanda Galás en Fátima Miranda, die al jaren de mogelijkheden van de menselijke stem aftasten. Tijdens haar concerten glijdt ze schijnbaar moeiteloos van het ene register in het andere. Ze toont zich afwisselend teer en bezeten, frivool en demonisch, uitbundig jubelend en ingetogen mijmerend. Iva Bittová verstaat de kunst in één enkele compositie zowat alle extremen van het emotionele spectrum te bestrijken: ze schatert as een toverkol, huilt als een wolvin, kakelt als een hen, tsjilpt als een roodborstje en maakt bizarre keelgeluiden. Die halsbrekende vocale acrobatieën laat ze bovendien gepaard gaan met een mimiek die zowel waanzin als kinderlijke verwondering suggereert. Soms haspelt ze verschillende stemmetjes door elkaar en schept ze een imaginaire wereld die bevolkt is met rare sprookjesfiguren die almaar ruzie lijken te maken. “Ik heb zowel Bulgaarse vrouwenkoren als joiks uit het hoge noorden bestudeerd”, vertelt Iva Bittová. “Uit alles wat ik hoor, steek ik wel iets op. Het gebeurt dat ik bepaalde stemtimbres of intonaties onbewust opsla in mijn geheugen. Wanneer ik op het podium sta, komen die dan plots, onaangekondigd, bovendrijven.”

 

 

Ten tijde van haar eerste platen met drummer Pavel Fajt deden haar stembuigingen nog wat rauw en primitief aan, maar in de loop der jaren wonnen ze op een spectaculaire manier aan lenigheid. Volgens Bittová was 2005 in dat opzicht voor haar een sleuteljaar. Ze werd gevraagd de rol van Donna Elvira te vertolken in een productie van Mozarts opera Don Giovanni. Tot dan toe had ze nauwelijks moeite gedaan om haar stem soepel te houden. “Zingen is voor mij net zo vanzelfsprekend als praten. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om, zoals de meeste operadiva’s, dagelijks stemoefeningen te doen”, vertelt ze daarover. “Mijn performance steunt voor minstens veertig procent op improvisatie. Als me tijdens een optreden één of ander fantasietje door het hoofd schiet, integreer ik het meteen in de compositie. Op het podium voel ik me volkomen vrij.”

 

Iva Bittová’s grote ambitie is haar stem en vioolspel zo organisch met elkaar te doen versmelten dat het ene vrijwel niet meer te onderscheiden valt van het andere. “Iedere dag dialogeer ik met mijn instrument: het is tegelijk vriend en mentor en dankzij zijn zuivere toon heb ik geleerd mijn stem veel beter onder controle te houden. Ik heb ooit wel twee jaar zangles gevolgd aan het conservatorium van Brno, maar behalve trucs om op de juiste manier te ademen, heeft me dat niets bijgebracht. Toen ik later betrokken raakte bij Don Giovanni, besloot ik mijn rol in mijn eentje te leren door de partituur uit te pluizen, en níet door naar bestaande opnamen te luisteren. Het is het enige moment in mijn leven dat ik als zangeres intensief heb gerepeteerd. Sindsdien heeft mijn stem aan kracht en soepelheid gewonnen. Ik heb nu een bereik van vier octaven.”

 

Het liefst speelt de artieste in theaters of kerken, waar ze geen versterking nodig heeft. “Microfoons produceren vaak storende fluittonen en staan het contact met het publiek in de weg. Tijdens concerten probeer ik te klinken zoals thuis in de woonkamer. Als ik onversterkt speel, beschik ik over meer bewegingsvrijheid en kan ik elk hoekje van het podium verkennen. Iedere zaal woelt andere gevoelens en stemmingen in me naar boven. Daarom vind ik het fijn te experimenteren met de akoestiek en gebruik te maken van de natuurlijke resonantie van de ruimte.”

 

Wanneer Iva Bittová op tournee gaat, is de sfeer nooit twee avonden na elkaar identiek. “Ik heb een hekel aan routine en voorspelbaarheid”, zegt ze. “Als kind kreeg ik van mijn vader een wijze raad: kopieer nooit. Dat heb ik onthouden. Je zult er me niet gauw op betrappen een stuk tweemaal op dezelfde manier te spelen. Daarin verschil ik van de meeste klassieke musici. Voor hen is wat geschreven staat zo heilig dat ze zichzelf helemaal wegcijferen. Míjn vertolkingen daarentegen weerspiegelen altijd wat er in de loop van de dag is gebeurd. De ene avond klink ik vrolijk, de andere triest. Enkel wanneer ik als violiste in goede conditie verkeer en erin slaag mijn geest te zuiveren van alle praktische beslommeringen word ik één met de muziek. Soms speel ik minutenlang in volslagen duisternis, maar ook dan probeer ik met alle toeschouwers afzonderlijk te communiceren.”

 

Iva Bittovà geeft toe dat haar toneelopleiding een heilzame invoed heeft gehad op de manier waarop ze zich vandaag aan de toeschouwer presenteert. “Toen ik in mijn eentje begon op te treden met mijn viool had ik dus geen last meer van plankenkoorts en beschikte ik over voldoende zelfvertrouwen om het publiek recht in de ogen te kijken. Van regisseurs leerde ik dan weer hoe je een avond opbouwt en ervoor zorgt dat de toehoorder bij de les blijft.”

 

 

Hoewel ze door sommigen als een avantgardiste wordt gestigmatiseerd, geeft Iva Bittová regelmatig voorstellingen voor jonge kinderen en kleuters. In die shows verwerkt ze visuele onderdelen die ze vroeger thuis verzon tot vermaak van haar zoontjes. “Ik kan goed inschatten welke stukjes uit mijn set de allerkleinsten kunnen boeien. Ze zijn nog niet de slaaf van hun eigen verwachtingspatronen en hun kijk is nog niet vertroebeld door een stofwolk in hun hoofd. Kinderen geven zich met plezier over aan hun verbeelding. Ze staan voor alles open.”

 

Maar Bittová’s expressieve mimiek en gekke rekwisieten leveren zoveel mooie scènebeelden op dat ook volwassenen zich aangesproken voelen. Soms zet de artieste halverwege haar concert een kartonnen masker op of tooit ze zich met lichtgevende oorbellen, terwijl ze een breed assortiment van kinderspeeltjes als geluidsbron gebruikt. Die grappige vondsten vormen een mooi tegengewicht voor het hoge emotionaliteitsgehalte van haar optredens. “Humor is één van de belangrijkste menselijke kwaliteiten”, legt ze uit. “Van nature ben ik een gevoelig type, maar ik lach wel graag, zoek het geestige voortdurend op in literatuur, film en theater. Zonder relativerende knipoogjes wordt kunst al te vaak dor en academisch."

Zelfs als Iva Bittová klassieke muziek van Leos Janácek of Béla Bartók vertolkt, gaat ze vaak op een onorthodoxe manier te werk. In 44 Duets For Two Violins, dat ze samen met Dorothea Kellerova opnam, schrok ze er, tot afgrijzen van de puristen, niet voor terug van de oorspronkelijke partituur af te wijken. “Wàt? Zingen bij Bartók? Heiligschennis!”, lacht Bittová. “Maar uiteindelijk zijn die vioolduetten geïnspireerd op thema’s en motieven uit de Hongaarse folklore die de componist in het begin van vorige eeuw optekende uit de mond van boeren en werklui. Zijn bronnen waren vrijwel zeker vocaal. Ik laat me dus niet intimideren door criticasters die het allemaal zoveel beter menen te weten. Ik speel Bartók op míjn manier. Punt.”

 

 

Hoewel ze bekend staat om haar soloperformances en ook heeft samengewerkt met de rockband Dunaj, het jazzcombo Cikori of het New Yorkse avantgarde-ensemble Bang On A Can, legt Iva Bittová een bijzondere voorliefde voor duo’s aan de dag. Ze begon haar carrière met haar toenmalige echtgenoot, drummer Pavel Fajt, nam de dubbel-cd Bilé Inferno (‘De witte hel’) op met gitarist Vladimír Václavek, trad op met de Russische accordeoniste Evelyn Petrova en werd al op het podium gesignaleerd met klarinettist Don Byron, cellist Tom Cora of de gitaristen Fred Frith en Marc Ribot. “Met zijn tweeën verloopt de communicatie sneller en directer en kun je makkelijker improviseren”, zegt ze. “Onlangs trad ik op met jazzgitarist Bill Frisell, die ik pas een uur voordien voor het eerst had ontmoet. En toch had ik na het concert het gevoel hem te kennen, omdat we op het podium een muzikaal gesprek waren aangegaan. In geïmproviseerde muziek moet je bereid zijn je helemaal open te stellen, zodat je het moment ten volle kunt beleven. Er is niets om je achter te verstoppen, je mag in geen geval berekenend te werk gaan. Natuurlijk houdt improvisatie risico’s in: het is een sprong in het ijle. Soms ga je op je gezicht, maar dat houdt het menselijk. Ach, er borrelt nog zoveel muziek op in mijn hoofd. Er is zoveel dat ik nog moet proberen.”

 

 “Weet je wat het probleem is? Tegenwoordig wil iedereen die naar een concert komt vooraf weten of iets zwart of wit, pop of klassiek is. Maar het publiek waar ik voor speel heeft die voorkennis doorgaans niet en kan wat ik doe sowieso moeilijk plaatsen. Als ik erin slaag de toeschouwer in de loop van de avond iets te doen voelen van wat ík voel, intuïtief te doen begrijpen waar ik het over heb, ben ik tevreden. Een mooiere beloning kun je als artiest niet krijgen.” Taalbarrières lijken op Iva Bittová’s werk alvast geen vat te hebben. Ook wie geen Tsjechisch begrijpt, wordt erdoor meegesleept.

 

De jongste vijf jaar verdeelt de violiste haar tijd tussen haar huis in Lelekovice, een dorpje vlakbij Brno, en haar bescheiden woonst in Upstate New York. Haar zoon studeert er compositie aan het prestigieuze Bard College, maar zelf vindt ze het muzikale klimaat in de VS ook stimulerend. “Sinds mijn project met Bang On A Can ben ik er in aanraking gekomen met een andere manier van denken en spelen, een ander soort energie. Zeer verfrissend. Het is een reusachtig land, dus ik ben vaak onderweg. Maar wanneer ik weer thuis kom, in het groen van de Hudsonvallei, ben ik perfect gelukkig. In een grote stad zou ik niet kunnen aarden. Om te kunnen werken heb ik rust nodig. Niets fijners dan met mijn viool het bos of het veld in te trekken en te kunnen spelen in de vrije natuur. Dus ja, de stilte is mijn voornaamste inspiratiebron.” 

 

 

 

Iva Bittová

Zvon, Iva Bittová met het Praags Philharmonisch Kamerorkest en Cikori, Animal Music / Supraphon, 2012

My Funny Lady, Iva Bittová, Leoš Janáček, met het Nederlands Blazers Ensemble, 2012