Bewegende lijven van papier

Een halve eeuw dans in België
Theater

Je kunt er niet naast kijken: lang niet alleen op de planken van onze theaters is dans in. De voorbije jaren staat ook de geschiedenis van deze kunstvorm – maar eigenlijk is het ook een medium, een hulpmiddel om informatie en emotie door te geven – op de agenda van onderzoekers en curatoren. Met Dans in België 1890-1940 voegt historicus Staf Vos een stevig naslagwerk toe aan de groeiende reeks van publicaties over het onderwerp.

Eric Min

 

In november 2009 gaf een fraaie tentoonstelling over de mythische danseres Isadora Duncan in het Parijse Musée Bourdelle de aftrap – u kent de diva misschien beter dan u denkt: zij inspireerde Rik Wouters in het begin van vorige eeuw tot zijn energieke sculptuur Het zotte geweld, die vandaag op één been door het Antwerpse Middelheimpark huppelt. Sinds die expositie en de bijhorende catalogus is het in de archieven nooit meer rustig geweest. Precies twee jaar later presenteerde het Centre Pompidou het grootse overzicht Danser sa vie, een pandemonium in beeld en klank over de invloed van de dans op de beeldende kunst van 1900 tot nu. De titel was een citaat van Duncan, die naast halfgoden als Loïe Fuller, Nijinski, de Ballets russes en Mary Wigman een terechte hoofdrol kreeg. Najaar 2012 verscheen de studie L’Éveil des modernités van Annie Suquet, een turf van duizend bladzijden waarin de cultuurgeschiedenis van de dans tussen 1870 en het einde van de Tweede Wereldoorlog uit de doeken werd gedaan. Veel Frans gedruis dus, maar ook in de Angelsaksische wereld is de academische aandacht voor het fenomeen de laatste tijd flink aangescherpt. 

 

Met de versie in boekvorm van zijn doctoraal proefschrift Dans in België heeft de Leuvense historicus Staf Vos pionierswerk verricht. Hij onderzocht de plaats en het belang van dansvoorstellingen in het artistieke gebeuren in de culturele metropolen Brussel en Antwerpen, vanaf de late negentiende eeuw tot 1940. Dat vooral de Belgische hoofdstad een internationale draaischijf was, waar zowat alle wereldsterren van de dans en andere podiumkunsten graag optraden, kunt u nu nalezen in een erudiet overzicht, dat gelukkig het wat dorre karakter van de klassieke doctoraatsthesis achter zich heeft gelaten. Niet dat Vos’ standaardwerk als een thriller leest – dat hoeft ook niet. Af en toe is de lectuur bepaald geen vakantie-uitstap, maar wie zich enigszins door het thema laat meeslepen, beleeft er handenvol plezier aan. De betrokkenheid van de auteur spat van de bladzijden, en dat is altijd een fijne vaststelling.

 

 

Nauwkeurig volgt Vos het parcours van enkele grote namen tijdens hun tournees in ons land. Hij laat Fuller en Duncan, Diaghilev en de Moderne Tanz van de jaren dertig het raamwerk leveren, waaraan hij het feitenmateriaal en de conclusies van zijn onderzoek ophangt. Daarbij kijkt hij even gretig naar wat er naast het podium gebeurt, want hij wil weten hoe de protagonisten en hun voorstellingen werden ervaren door het publiek en door critici, door kunstenaars en politici, door pedagogen en filosofen. De geschiedenis die op deze manier vorm krijgt, is uiteraard veel breder dan het fenomeen ‘dans’ op zich. Een ongeoefende lezer zal misschien wat moeite hebben om een evenwicht te vinden tussen het zorgvuldig in kaart gebrachte feitenrelaas en het grotere verhaal, maar dat deert niet. Om het boek tot zijn recht te laten komen heb je wat tijd nodig, maar de inspanning loont de moeite.    

 

Hoe rijk een thema kan zijn, besef je al na een blik op de inhoudstafel. Vos borstelt niet alleen een beeld van de dans als kunstpraktijk op de podia van de grote cultuurhuizen, maar hij maakt geregeld excursies naar verwante domeinen. In secundaire verhaallijnen onderzoekt hij dans in Wagneropera’s, de invloed van Nietzsches geschriften op het podiumgebeuren, het brede scala van variété tot expressionistische choreografie of de discussie tussen spirituele versus ‘aardse’ inspiratie voor deze bewegende lichamen. En zie, daar heb je Isadora Duncan weer. Zij is het die rond 1905 als eerste voor hysterische taferelen zorgde – ook in het Brusselse stadscentrum, waar studenten en jonge kunstenaars de paarden van haar rijtuig losmaakten en de koets met hun blote handen door de stad trokken. Haar revolutionaire danstaal – op blote voeten en in een wijde jurk over een lijf van vlees en bloed – maakte een einde aan de pointes en tutu’s. Het publiek van de jonge twintigste eeuw zag met eigen ogen “dat dit aardse lichaam zowel de danser zelf als de toeschouwers kon ‘bevrijden’ op een nieuwe filosofische manier”, wars van de verstarde traditie. Daar en dan is het allemaal begonnen.   

 

 

Staf Vos, Dans in België 1890-1940, Universitaire Pers Leuven, 39,50 euro

Op het platform www.dansgeschiedenis.be is aanvullend materiaal beschikbaar.