De mens als politiek dier

De Politica van Aristoteles
Literatuur

De Politica is een sleuteltekst in het westerse politieke denken. Het is een cruciaal werk over de organisatie van de staat en de plaats van de burger daarin. Aristoteles onderzoekt uitvoerig de bestaande staatsinrichtingen en formuleert onderweg zijn kritiek op Plato’s utopieën. Wanneer in de Middeleeuwen het boek in het Latijn verschijnt, begint de invloed op de Europese politieke cultuur, van Thomas van Aquino tot Karl Marx, van Hobbes tot Montesquieu. Sinds 1999 geeft de Groningse Historische Uitgeverij met een gestage regelmaat het werk van ‘de vader van de filosofie’ in Nederlandse vertaling uit. Dit vijfde deel in de reeks bestendigt moeiteloos de kwaliteitsvolle uitgaven en vertalingen.

Laurent De Maertelaer

 

Politica

Een gedeeltelijke lijst van Aristoteles’ geschriften is ons overgeleverd door de biograaf Diogenes Laërtius. De schatting is dat minder dan een derde van wat Aristoteles werkelijk heeft geschreven bewaard is gebleven. In de overgeleverde werken moeten we bovendien een onderscheid maken tussen de geschriften die bestemd waren voor gebruik in Aristoteles’ school (de zogeheten ‘esoterische’ teksten, zoals aantekeningen voor colleges en voorontwerpen van publicaties) en die bedoeld voor een breder publiek (de meer verzorgde ‘exoterische’ teksten, in het bijzonder dialogen). Een onderscheid dat Aristoteles trouwens zelf maakt, zo ook in de Politica. Van de exoterische teksten zijn slechts fragmenten bewaard. Wat we kennen behoort tot de esoterische geschriften. Het zijn teksten met een onderzoekend en schetsmatig karakter, zonder doorzichtige structuur of heldere stijl. Daarom ook dat het vandaag moeilijk te begrijpen is dat Aristoteles met name door Cicero en Quintilianus geprezen werd om zijn verzorgd taalgebruik. Zij hadden het duidelijk over de exoterische geschriften. In de Politica is er evenmin een overkoepelend organisatieprincipe, het zijn losse schetsen van een onderzoek. Achteraf volgde pas bij de overlevering een indeling in boeken, delen en hoofdstukken.

 

Net als op het gebied van de wetenschappen waren de Grieken de eersten om samenlevingsverbanden intensief te bestuderen en staatstheorieën te ontwerpen. Al sinds Homeros staat de polis in het Griekse denken over de gemeenschap centraal. Hesiodus, Solon, Herodotus, Protagoras, Socrates en Plato gingen allemaal Aristoteles vooraf. Behalve bij Plato, wiens denken over de polis een heus systeem vormde, is bij Aristoteles’ voorgangers het praktische politieke denken en niet zozeer de politieke theorievorming van primair belang.

 

Aristoteles was op zijn beurt dan weer een van de eersten om zijn diverse onderzoekingen te systematiseren. Zo verdeelt hij de ‘menselijke kundigheden’ in drie soorten: productieve (bijvoorbeeld landbouwkunde), theoretische (bijvoorbeeld metafysica) en praktische (bijvoorbeeld ethica). Bij deze laatste soort, zo betoogt Aristoteles in zijn Ethica Nicomachea, is het doel van het handelen de handeling zelf. Willen we deze kundigheid bestuderen, dan moet ons onderzoek zich richten op het doel van menselijk handelen en het functioneren van de mens in grotere en kleinere verbanden. De Ethica en de Politica zijn de twee belangrijkste geschriften gewijd aan dergelijk onderzoek. Beide hebben hetzelfde thema: Aristoteles spreekt zelf van ‘de filosofie van menselijke zaken’. Ethiek en politiek zijn zonder meer onder één noemer te rangschikken. Niet verwonderlijk dus dat Aristoteles de Politica al aankondigde op het einde van de Ethica. De Politica vormt met andere woorden de bekroning van de Ethica. Samen met de Retorica hebben we zo de drie pijlers van de peripatetische filosofie, de ‘trias aristotelica’.

 

Let wel, voor Aristoteles is ethiek geen stelsel van voorschriften, maar een beschrijving van menselijk gedrag en hoe dit tot stand komt door keuzes. Menselijk handelen vindt bij uitstek plaats in een soort samenlevingsgemeenschap die enkel aan de mens is voorbehouden: de polis. De betekenis van de ‘polis’ is niet eenduidig en het was lange tijd gangbaar het woord ‘stadstaat’ als synoniem te gebruiken. Grofweg kunnen we stellen dat het gaat over een in de eerste plaats menselijke gemeenschap die een sociale en economische eenheid vormt en een interne politieke organisatie heeft. Er is niet één term waarmee we ‘polis’ kunnen vertalen, maar het dichtst in de buurt komt waarschijnlijk ‘gemeenschap’ of ‘maatschappij’, naargelang de context.

 

Het politieke dier

Zoals gezegd is alle handelen voor Aristoteles gericht op een doel. Het gemeenschappelijke doel van het menselijke handelen is ‘welzijn’ of ‘geluk’ (eudaimonia). Dit streven omschrijft hij als ‘een activiteit van de ziel overeenkomstig haar voortreffelijkheid’ (aretê). Deze handeling draagt bovendien haar doel in zichzelf: wie eenmaal dergelijk ‘welzijn’ heeft bereikt, heeft niets anders nodig. Dankzij de werkzaamheid van ons verstand onderscheidt de mens zich van andere levende wezens en kunnen we de meest voortreffelijke eigenschappen waarmaken en handhaven. De mens is tegelijk een sociaal wezen – een zôon politikon of een politiek dier – en kan een optimaal welzijn bereiken binnen de polis, de gemeenschap met de grootst mogelijke rechtvaardigheid. Van nature ontplooit de burger zich het best in de polis, waar ‘geluk’ gelijk staat aan een goed leven voor alle leden van de gemeenschap.

 

Aangezien de werkelijkheid toont dat niet iedere polis hetzelfde doel nastreeft of een zelfde structuur heeft, rijst de vraag welke het best aan de voorwaarden voldoet en hoe die ingericht moet zijn. Voor het schrijven van zijn Politica bestudeerde Aristoteles de staatsinrichting of constitutie van meer dan 150 steden in het oude Griekenland. Zo kwam hij tot een ontwerp van een staatkundig systeem gebaseerd op de hoogst mogelijke stabiliteit en rechtvaardigheid. De beste staat is onafhankelijk, beperkt in omvang, met een zekere welvaart en met als uiteindelijk doel het goede en gelukkige leven dat op deugd is gebaseerd. De verantwoordelijkheid van de macht, het doel van de opvoeding, de rol van het onderwijs, de vorming van de burger, de aard van het burgerschap en de verhouding tussen de uitvoerende en rechtsprekende machten: het komt allemaal aan bod in dit politiek denken.

 

God of beest

‘Wie niet in staat is deel te nemen in een gemeenschap, of daaraan geen behoefte heeft omdat hij zichzelf genoeg is, maakt geen deel uit van een polis, en is dus ofwel een beest of een god’. Deze bekende zin is Aristoteles’ politieke filosofie in een notendop en vormt het uitgangspunt voor de in 2010 eveneens bij de Historische Uitgeverij verschenen verzameling essays Het politieke dier, de ontdekking van een soort. Zeven hedendaagse essayisten buigen zich over deze invloedrijke uitspraak. Frank Ankersmit, Josine Blok, Midas Dekkers, Piet Gerbrandy, Bas Heijne, Luuk van Middelaar en Wouter Vanstiphout tonen zich van hun meest beestige zijde en doen een dappere poging het politieke dier in zijn wezen te duiden of hoe te overleven in de arena van de macht. Voor Aristoteles is een politiek dier ieder talig wezen in een gemeenschap dat aanspraak maakt op rechtvaardigheid in die gemeenschap en dus niet iemand die zich zoals in de huidige betekenis onderdompelt in het politieke spel. Wie daar niet kan of wil aan meedoen, heeft genoeg aan zichzelf. In het beste geval is dat een goddelijk wezen, maar meestal een beest. Wie zo is, is als ‘een alléén opgerukte steen in het damspel’. Een vogel voor de kat. Volgens Midas Dekkers is ieder dier trouwens een politicus. Welke vormen deze politieke dieren nog kunnen aannemen – van proleten-conservatisme tot onbeschaamd populisme – lezen we in deze onderhoudende en inspirerende bundel. Een prikkelende aanvulling op de lectuur van de Politica.

 

Deel 5

In hun inleiding op de Politica stellen de vertalers dat ze geen wetenschappelijke uitgave wilden brengen, maar een wetenschappelijk verantwoorde. Opzet geslaagd, wat ons betreft. Aristoteles’ geschriften krijgen vaak het stempel van ontoegankelijkheid mee. Zoals hierboven aangehaald, is dit in eerste instantie te wijten aan de overlevering: het zijn de esoterische, schetsmatige stukken die tot ons zijn gekomen, de meer uitgewerkte, bestemd voor publicatie of exoterische zijn jammer genoeg grotendeels verloren. Ook dit traktaat ontbeert de literaire kwaliteiten van pakweg een platoons geschrift, maar deze vlot leesbare vertaling zorgt voor de nodige verpozing en verluchting. Het zeer uitgebreid notenapparaat, een glossarium, een register van namen, zaken en begrippen, de indeling in deel- en hoofdstukken inclusief tussentitels, en een bibliografie begeleiden de lezer stapsgewijs naar een dieper begrip. Dat dit vijfde deel in zijn herkenbare oranje-geel-paars-grijze vormgeving er opnieuw oogverblindend uitziet, is mooi meegenomen.

 

De Politica leert ons waar persoonlijke integriteit en publieke verantwoording rond draaien. Het is een afgewogen onderzoek naar de juiste verhouding tussen burger en politiek en naar de ethische grondslagen van een gelukbrengende samenleving. Wat kunnen en mogen wij van politieke leiders verwachten, wat van burgers? Het zijn prangend actuele vragen. Een boek, kortom, dat niet mag ontbreken op menig schoon verdiep. 

 

Politica van Aristoteles, vertaald door Jan Maarten Bremer en Ton Kessels, gebonden met stofomslag, leeslint, vormgeving Gerard Hadders & Rudo Hartman, 368 blz., ISBN 978 90 6554 0041, € 38,75.

 

Aristoteles – Het politieke dier, de ontdekking van een soort, div., 96 blz., ISBN 978 90 6554 0355, € 12,95.