De zotte doos van Pandora

Vrouwen (en hun psychiaters) te gast bij Dr. Guislain
Beeldende Kunsten

Ze zijn labiel en lunatiek, manisch en melancholisch, hitsig en hysterisch. Kortom: ze zijn nerveus, in alle staten. Zo worden gestoorde en andere vrouwen opgevoerd in de nieuwe tentoonstelling van het Gentse Dokter Guislainmuseum, zowat de enige plek ter wereld waar de menselijke psyche een vrolijke pas de deux danst met het beste uit de kunst van gisteren en vandaag.   

Eric Min

 

Het huisrecept van Guislain kwam hier al eerder aan bod: een of ander thema uit de psychiatrie (en grote omgeving) wordt geëvoceerd door het een dialoog te laten aangaan met excellente beeldende kunst uit binnen- en buitenland. Dat levert even complexe als eigenzinnige ensembles op, waarin altijd veel te beleven valt: een onverwacht inzicht bijvoorbeeld, of een artistieke ontdekking die lang nazindert. Voor Nerveuze vrouwen is het niet anders, ook al zijn er de laatste tijd kapers op de kust. Het interessante en weidse project  pulsion[S] op drie locaties in Namen belichtte eind vorig jaar het verband tussen kunst en hysterie, waanzin en verslaving. Ook in de bioscoopzaal is het thema prominent aanwezig. In 2011 realiseerde David Cronenberg A Dangerous Method, over de driehoeksverhouding tussen Sigmund Freud, Carl Jung en hun patiënte Sabina Spielrein – voor de gelegenheid werden steracteurs als Keira Knightley en Viggo Mortensen van stal gehaald. Nauwelijks een jaar later was het opnieuw raak met de Franse film Augustine, waarin Alice Winocour de relatie tussen de Parijse dokter Jean-Martin Charcot en een van zijn hysterische patiënten in beeld bracht. Laten die Charcot en zijn Augustine nu net twee van de spilfiguren zijn in het project Nerveuze vrouwen, en de cirkel is rond. Het thema lijkt dus hot, maar voor Guislain hoeft dat natuurlijk niet. De medewerkers van museum hebben al jaren geleden bewezen dat zij het dossier grondig kennen en er keer op keer boeiende exposities uit puren. Je kunt er – bij wijze van spreken – met je ogen dicht naartoe. Al is dat geen goed idee, want ook nu weer spat innemende en brute schoonheid van de muren.

 

 

Vrouwenwaan en mannenblik

Rode draad zijn zeven beroemde stellen, gevormd door een (mannelijke) psychiater en zijn (vrouwelijke) patiënt. In kabinetten wordt hun verhaal geïllustreerd met portretten en memorabilia, maar elke casus krijgt ook een handvol context mee. Zo lopen de zeven hoofdstukken subtiel in elkaar over, want ook onderweg doen zich interessante ontmoetingen voor. Je kunt deze tentoonstelling dus op meer dan een manier ondergaan: encyclopedisch en chronologisch volgens het boekje – de catalogus is andermaal uitstekend –  of dwalend als een reiziger in een vreemde stad, van het ene curiosum naar het andere. Dat begrip mag u heel ruim interpreteren, want er zijn documenten en instrumenten uit de geschiedenis van de psychiatrie, objecten die rechtstreeks verband houden met de figuren die belicht worden en heel veel (hedendaagse) kunstwerken. Schilderijen, sculpturen, film en video worden slim tussen het verhaal gevlochten, want als geen ander beheerst Guislain de kunst van de subtiele overgang.    

 

 

Al in de inleiding komen zowat alle schijngestalten van de vrouwelijke waan en de mannelijke blik, die er doorgaans de regie van voert, in beeld. De dame op het schilderij Intimiteit van Louise De Hem uit 1902 droomt weg in haar boudoir; haar passieve bestaan beantwoordt precies aan het stereotiep van de bourgeoise die geld genoeg heeft om haar tijd te verdoen tussen liefdesromannetjes en poederdozen. De vrouw die dit schema doorbreekt, vraagt  om problemen: zij ‘stelt zich aan’, geeft toe aan haar demonen en moet verzorgd (lees: gedisciplineerd) worden. Al op het volgende schilderij is de harmonie zoek, want Markus Schinwald (°1973) heeft het staatsieportret van de voorname Rosalind een verontrustende lading gegeven door vreemde slierten rond haar hoofd te draperen – we weten nu wel zeker dat het hier fout zal aflopen. Zijn collega Hans-Peter Feldmann (°1941) voorziet een klassiek vrouwenportret uit de 18de eeuw van een blauw oog. Drie, vier goed gekozen werken belichten de  lichaamstaal van de waanzin: de starende ogen van een dementerend honderdjarig wijf op een schilderij uit 1656, de stuiptrekkingen van een krankzinnige jonkvrouw die aan een boom is vastgebonden (een Portaels uit 1879) en de gekromde, in zichzelf gekeerde gestalte van de melancholie in een sculptuur van Henri Boncquet. In dit visueel tapijtbombardement dat over de ruime, labyrintische zalen van het voormalige ziekenhuis  wordt uitgespreid, zijn de verhalen van de zeven ‘koppels’ evenveel rustpunten. Het eerste behandelt de casus van Théroigne de Méricourt, een diva uit de Franse revolutie, en haar arts Philippe Pinel, de directeur van het Parijse ziekenhuis La Salpêtrière (die tussen haakjes het gebruik van kettingen voor weerbarstige patiënten afschafte). Théroignes rabiate activisme moest wel wijzen op monomanie en een zwaar geestelijk onevenwicht; de vrouw bracht dan ook het grootste deel van haar leven door achter tralies. Vandaag kijken de afgietsels van haar hoofd en dat van Pinel elkaar recht in de ogen. Een litho uit La Salpêtrière brengt acht soorten krankzinnigheid in kaart: dementie, grootheidswaan, acute en erotische manie, melancholie, idiotie, hallucinatie en paralyse. Zoveel broeierige labiliteit was spek naar de bek van een stoet symbolistische kunstenaars uit de late 19de eeuw, die hier sterk zijn vertegenwoordigd met de femmes fatales van Félicien Rops, Armand Rassenfosse en co. Eens de zotte doos van Pandora geopend is, staat er geen maat meer op de waanzin. Die kan oneindig veel vormen aannemen, en haast ongemerkt sluipt koningskind Delphine Boël de tentoonstelling binnen met de kleurige tekst Endless hypocrites uit 2011.

 

 

Augustine & co

Het legendarische krankzinnigengesticht La Salpêtrière speelt niet toevallig een hoofdrol in deze expositie. Dit was het actieterrein van dokter Charcot, hoofd van de afdeling hysterische vrouwen en van de dienst voor epileptici. Hij geldt als de belangrijkste maître à penser van Sigmund Freud, die bij hem eind 1885 enkele maanden stage liep – de originele foto met opdracht, die de grootmoedige Meester aan al zijn assistenten schonk als bekroning van hun opleiding, licht op in een vitrine. Charcot was ook de behandelende arts van  het hysterische meisje Augustine – een patiënte kon het blijkbaar zonder familienaam stellen. In haar eentje is zij verantwoordelijk voor de beroemdste foto’s uit de iconografie van La Salpêtrière. De visueel ingestelde Charcot vond in Augustine een onbetaalbare bondgenote; als geen ander kon zij de stuiptrekkingen en obsessieve blikken van de hysterie uitbeelden voor de lens van de fotograaf. Haar bijnaam ‘de Sarah Bernhardt van het asiel’ dankte zij aan de theatrale manier waarop zij een en ander opvoerde. Die beeldtaal krijgt in Dr. Guislain een langgerekte echo in contemporaine foto’s, filmbeelden uit eigen huis en schilderijen van Johan Clarysse, die zich nadrukkelijk op het geval heeft geïnspireerd. De echte Sarah Bernhardt, net als Rodin en andere beeldende kunstenaars een trouwe bezoeker die in het ziekenhuis impressies ging opdoen, ziet het allemaal gebeuren van op een prachtige affiche door art-nouveaulegende Mucha. Om de hoek mag Freud zijn casus Anna O. vertellen. Uit de tweede hand, maar passons.

 

Natuurlijk is elk van de verhalen in Nerveuze vrouwen in de eerste plaats een tragische gevalstudie – doorgaans is er misbruik in het spel, minstens gaat het om een overdosis waan en op elke bladzijde voel je de bodemloze eenzaamheid waarin de patiënte is verzeild. Toch maakt de tentoonstelling ook duidelijk dat er verdacht veel beelden werden en worden gemaakt, die perfect bij het thema passen. De reden ligt voor de hand. Mannen kijken graag en veel naar vrouwen, en vrouwen laten zich (al dan niet met plezier) vatten in hun blik. Dat geldt zeker voor ‘weerloze’ creaturen in ziekenzaal of dokterskabinet, die dan nog vaak de aandrang voelen om hun kleren uit te trekken. Een blik (!) op de therapieën die werden uitgedacht om de hysterie onder controle te houden, spreekt boekdelen. Menige arts ging over tot massage; zelfs stimulatie van de clitoris was een optie. Na afloop van een dergelijke sessie werd  de patiënte overvallen door een weldoende slaap – tot de volgende ‘aanval’ zich aandiende. Wie het zich kon veroorloven, ging een keer per week langs bij de dokter. De therapie bleek vooral succesvol bij weduwen, nonnen en maagden. Orgasmen tegen terugbetalingstarief: het zou een vorm van prostitutie kunnen zijn.

 

 

In de eerste plaats leidt de rage die ‘zenuwziekte’ heet tot een uitbarsting van visueel geweld, een schouwspel dat tot vandaag voortduurt. Het neemt diverse vormen aan, van de didactische – maar bijzonder fraai gevormde – wassen poppen van dokter Spitzner tot de cover van het magazine Psychologies, waarop steevast een glimlachende dame prijkt. Heel wat vrouwelijke kunstenaars gaan met hun verleden aan de slag om een trauma te bezweren: het oeuvre van Vanessa Beecroft, Tracey Emin en Louise Bourgeois heeft wortels in hun eigen lichaam. Niet zelden gaan ook psychiatrische patiënten ‘kunst maken’. Tijdens haar verblijf in het ziekenhuis tekende Gertrud Schwyzer meer dan 100 zelfportretten, en er is ook sterk werk van de tekenares Unica Zürn, de partner van surrealist Hans Bellmer, die haar eigen zelfdoding in een roman voorspelde. Haar therapeut Jean-François Rabain licht videogewijs een en ander toe. Vaak is er geen onmiddellijk  verband tussen kunst en autobiografie, en fungeert een werk vooral als illustratie of inspiratiebron. De prachtige ‘stille’ films van Lili Dujourie, waarin de kunstenares zelf figureert, en de tekeningen van Berlinde De Bruyckere horen in deze categorie thuis. In een hoekje zit een zwarte gestalte van Jan Van Oost uitgeteld op de vloer. Zij is zo levensecht dat je nauwelijks dichterbij durft te komen. Helemaal aan het eind van het parcours krijgt zij als echo een liggend naakt met rode draperie van John de Andrea. Niet toevallig is zij neergelegd in het hoekje waar Marilyn Monroe een triest lot wacht.

 

In het laatste deel van de tentoonstelling worden de teugels wat gevierd. Van outsiderkunst gaat het dan naar feminisme, van prostitutie naar verslaving, van vrouwenonderdrukking naar niet zo evidente seksuele praktijken, met de iconische fotootjes van Araki en het bevrijdende werk van pornoster Annie Sprinkle als voorbeelden. Vooraleer je daaraan toe bent, heb je al zoveel stof tot nadenken verzameld dat een hoofdstuk meer of minder het verschil niet meer maakt. Nerveuze vrouwen is een overrompelende en geëngageerde tentoonstelling, die vooral laat zien wie kijkt en wie bekeken wordt, wie onderzoekt en wie in een raster van categorieën en meningen wordt gevat. Twee didactische platen uit de 19de eeuw over de mannelijke, respectievelijk vrouwelijke levensloop geven goed aan hoe de vork in de steel zit. Elke trede symboliseert een decennium; op hun 50ste zetten beide geslachten de afdaling in. Maar let vooral op de personages die op de trappen staan. De heer is bijna altijd alleen; enkel rond zijn 30ste zijn de kinderen even in de buurt. Op vijf van de negen staties is het voor de vrouw drummen tussen kinderen en kleinkinderen. Je zou voor minder nerveus worden.    

 

 

Nerveuze vrouwen

 

Tot 26 mei 2013. Van dinsdag tot vrijdag, van 9u00 tot 17u00. Zaterdag en zondag van 13u00 tot 17u00.

 

Museum Dr. Guislain

J. Guislainstraat 43

9000 Gent

 

In de marge van Nerveuze vrouwen lopen twee fototentoonstellingen. Tot 13 januari presenteert Jan Locus zijn project Devoted met zwart-witbeelden van religieuze extase overal ter wereld. Van 2 maart tot 26 mei belicht Jimmy Kets missverkiezingen in Vlaanderen.