Ode aan tien jaar samenwerken

Guy Cassiers en Katelijne Damen bewerken Virginia Woolfs Orlando
Theater

Na de grote hoeveelheden ernst en gruwel in de stukken van de afgelopen jaren, hadden regisseur Guy Cassiers en actrice Katelijne Damen zin in een positievere ondertoon. Ze wilden een voorstelling maken waarna het publiek gelukkig de zaal verlaat (“Zeg liever versterkt, dat klinkt minder melig”). Hun oog en oor vielen op Orlando, een roman van Virginia Woolf. Het stuk wordt een ode aan het leven, aan de verbeelding, de taal.

Ines Minten

 

We spreken vroeg af op een maandagochtend. Er valt natte sneeuw en de Toneelhuismedewerkers druppelen hun kantoren binnen, getooid met sjaals en mutsen. Katelijne Damen legt de hare op de verwarming te drogen. Koffie en water komen op tafel. Tenen tintelen, handen worden weer warm. Een mooie setting voor een gesprek over literatuur en theater, schone woorden en zin om te leven. “Katelijne en ik kennen elkaar nu al een tijdje. Onze eerste samenwerking dateert nog uit de tijd van het Ro theater”, zegt Guy Cassiers.

Katelijne Damen: “De eerste voorstelling die we samen hebben gemaakt was Lava Lounge (2002 – IM). Over dat stuk wordt doorgaans weinig gesproken, maar het was een heel mooie voorstelling.” Het was een eerste samenwerking in een lange rij. Toen Guy Cassiers artistiek leider werd van het Toneelhuis, verhuisde Katelijne Damen mee naar Antwerpen. Ze werd er een van de vaste waarden op het podium. “En na al die producties was de tijd gekomen om eens samen – met niet te veel mensen rondom ons – iets essentieels op de scène te zetten”, legt Guy Cassiers uit. “We wilden lang en diep op een paar thema’s ingaan, echt onze tanden in iets zetten. We waren de afgelopen jaren namelijk een aantal zaken tegengekomen die we nog niet verder hadden kunnen ontwikkelen. Orlando bood ons de kans om dat nu wel te doen.”

 

 

Alle facetten

 

Virginia Woolf schreef de roman Orlando in1929. Hij wordt algemeen gezien als een meesterwerk, al zou een korte plotbeschrijving je in dat opzicht gemakkelijk op het verkeerde been kunnen zetten. Het hoofdpersonage is een jongeman, Orlando, die meer dan 300 jaar leeft en in die tijd van geslacht verandert. Hij gaat slapen als man, wordt wakker als vrouw. Alleen in handen van een auteur van het kaliber van Virginia Woolf wordt zo’n uitgangspunt grote literatuur.

Guy Cassiers schrikt niet terug voor een klassieker meer of minder. Hij bewerkte eerder al Proust, Musil en Malcolm Lowry. Hoewel Orlando beschouwd wordt als een van de meer toegankelijke boeken van Woolf, koos Cassiers ook dit keer geenszins voor stilistische eenvoud en gemakkelijk vertier.

‘Ik heb Orlando voorgesteld omdat het een werk is waarin Katelijne alle facetten die ze in zich draagt, kan uitspelen, zonder te herhalen wat we eerder al van haar hebben gezien’, zegt de regisseur.

‘Het is een uitdaging’, voegt Katelijne Damen toe.

‘Dat klopt’, beaamt Cassiers. ‘Het is een uitdaging – iets wat alleen de groten onder ons kunnen vertolken – precies omdat het zo’n ontzettend rijk en complex boek is.’ De actrice aan de overkant van de tafel slaat net niet aan het blozen door het compliment, dat ze met een zacht ‘Och…’ wegwuift. Guy Cassiers gaat onverstoord verder: ‘Katelijne moet er bovendien in slagen om de frivoliteit en de levendigheid die in het boek aanwezig zijn naar boven te halen zonder in de complexe taal te blijven steken. Dat is al moeilijk voor de lezer, maar het is zeker moeilijk voor de performer om alle rijkdom van de tekst in één lezing de elegantie en frisheid te geven die Virginia Woolf ons aanreikt.’

 

 

Buitenstaander

 

Guy Cassiers is al jaren gefascineerd door bio en biblio van Virginia Woolf. ‘Net zoals Proust en Musil vertoefde ze tijdens haar leven in een hoger milieu, maar voelde ze zich daarin nooit echt thuis. Ze stelt zich op als buitenstaander en kijkt vanuit die positie met een bijzonder scherp en kritisch oog naar haar omgeving. Ze spit de kwalijke kanten van de mens naar boven en beschrijft ze in een verfrissende taal, met een stijl die nieuwe paden effent. Dat samenspel zorgt ervoor dat ze niet verzandt in cynisme: via de taal laat ze net het tegenovergestelde uitschijnen van wat ze letterlijk zegt. In feite benadrukt ze in Orlando vooral wat het individu kan bereiken.’

‘Haar cynisme bevat veel liefde’, vindt ook Katelijne Damen. ‘Ze heeft kritiek, maar kraakt niets volledig af. Ze kijkt gefascineerd rondom zich en doet verslag van wat ze ziet.’

De actrice kende Virginia Woolf tot nu toe vooral van haar gepubliceerde dagboeken. ‘Als ik een dagboek bijhoud, dan heb ik het over koetjes en kalfjes. Maar zij! Ze heeft het vaak over literatuur, zowel over wat ze heeft gelezen als over wat ze zelf heeft geschreven. En ze doet dat in zo’n mooie taal dat je vaak wil terugbladeren om het nog een keer te lezen. Voor haar romans geldt eigenlijk hetzelfde. Je kunt niet zomaar even een boek van Virginia Woolf lezen – dat is werken. Waar eindigt deze zin in godsnaam?, denk je dan. Of ze springt zonder waarschuwen over van het ene naar het volgende personage en gaat door met dat andere verhaal. Haar boeken zijn dus niet geschikt om elke avond voor het slapengaan enkele bladzijden in te lezen.’ Orlando kent ze intussen van binnen en van buiten. ‘Doordat we er zo intensief mee bezig zijn geweest, lijkt het opeens een veel gemakkelijker boek.’

Virginia Woolf hanteert een idioom dat een lezer of toeschouwer vandaag niet gewend is. ‘Maar’, benadrukt Guy Cassiers, ‘in haar eigen tijd was haar taal ook alles behalve doorsnee, laat dat duidelijk zijn. Het is niet de afstand in de tijd die haar werk complex maakt. Die complexiteit heeft er altijd al in gezeten. Eigenlijk zegt Orlando op die manier ook veel over schrijven: wat is een roman en hoe breekt een auteur uit de gevangenis van vormen en normen? Uiteindelijk geeft Virginia Woolf je in haar roman een heel relativerende kijk mee op het medium kunst.’

‘En op zichzelf’, vindt Katelijne Damen.

‘En op wat het individu kan en behoort te zijn’, besluit Cassiers. ‘Welke verantwoordelijkheid heeft de mens? Wat zijn zijn mogelijkheden? Wat draagt hij in zich en wat ontwikkelt hij te weinig? Virginia Woolf vertrekt daarvoor vanuit een heel zintuiglijke kijk op het leven. De essentie van de roman is de relatie tussen natuur en cultuur en de manier waarop elke mens de juiste balans zoekt tussen die twee.’

 

 

Biograaf, personage, auteur, actrice

 

Een mens die meer dan 300 jaar leeft en in die periode van geslacht verandert. Virginia Woolf maakt het geloofwaardig. Om haar roman een air van historische correctheid te geven, introduceert ze een erg boeiende verteller: de biograaf. Die stelt zich op als historicus en voorvechter van feiten en waarheid. Tegelijk is hij alles behalve objectief. Hij heeft een eigen programma, dat via punten en komma’s het boek in sluipt. De biograaf, het hoofdpersonage, de auteur. De taal, de stijl, de plot. Hoe brengt één enkele actrice die veelheid naar de zaal?

De figuur die Katelijne Damen neerzet verbeeldt het allemaal tegelijk. Er staat niet één personage voor je. Het is een mens die stukjes van alle betrokkenen bevat. Orlando, jazeker, maar ook de biograaf, een vleugje Woolf, een snuifje Damen.

‘Lezers schenken doorgaans veel aandacht aan de geslachtsverandering van Orlando’, zegt Katelijne Damen. ‘Maar in wezen gaat het daar niet om. Het draait niet om geslacht, niet om kleur of seksuele voorkeur. Het gaat puur om mens zijn, in al zijn facetten.’

Guy Cassiers: ‘Orlando groeit naar volwassenheid en naar volwassen denken. Hij/zij doet daar alleen heel lang over. Die tijd neemt hij/zij bewust – dat is er zo mooi aan. Orlando trekt zich van de feitelijkheden in het leven volstrekt niets aan: een mens leeft gemiddeld zoveel jaar en als je een piemel hebt, ben je een man. Nee, die zaken doen er niet toe. Wat voel ik, wat ruik ik, wat zie ik en wat kan ik daarmee? Dat is veel belangrijker.’

De actrice staat op een vloer waarin alle historische feiten uit de roman verwerkt zitten: de speeltuin van de biograaf. Vanuit de zaal heeft de toeschouwer daar geen zicht op. Met behulp van camera’s die het effect creëren van een gigantische overheadprojector, projecteert Katelijne Damen de brokjes geschiedenis tot in de zaal. Guy Cassiers: ‘De biograaf pretendeert geschiedenis te doceren, maar vereenzelvigt zich al snel met zijn/haar personage. Zo ontstaat een almaar uitdijende schemerzone: het wordt hoe langer hoe minder duidelijk wie nu eigenlijk aan het woord is. Is het de leraar of de geanalyseerde?’

‘Of is het de uitvindster (Virginia Woolf) of ben ik het?’ vult Katelijne Damen aan.

‘We spelen een constant spel van verleiden: is wat we hier vertellen waar of niet? Dat is in het theater tenslotte het spel bij uitstek.’ Binnen het kader van al dan niet twijfelachtige feitelijkheid creëert Virginia Woolf – en creëren de makers – de fantasiewereld van Orlando. ‘We hopen het publiek mee te kunnen nemen in die beeldenrijkdom, in het zintuiglijke ervaren van geuren en kleuren… We willen vooral de verbeelding van de toeschouwer in gang zetten.’

Maar uiteindelijk blijft de basis van de voorstelling een verhaal dat het publiek hoort uit de mond van een verteller. ‘Daarom blijft Katelijne op elk moment het centrale punt op de scène. Zij neemt het publiek mee naar de essentie van het boek’, zegt Guy Cassiers. ‘En wat we niet kunnen vertellen in de prachtige woorden van Virginia Woolf, geven we weer door middel van beelden, muziek en andere disciplines. Ook wat dat betreft heeft Katelijne in deze voorstelling trouwens een veel grotere inbreng dan gewoonlijk. Zij stuurt alle disciplines, en manipuleert dus ook letterlijk al wat er gebeurt en gezegd wordt.’

 

 

Verslavend

 

Katelijne Damen tekent niet alleen voor het spel en de manipulatie van de diverse media op scène. Ze is ook verantwoordelijk voor het kostuumontwerp en de tekstbewerking. ‘Vooral de tekstbewerking vond ik bijzonder verslavend’, vertelt ze. ‘Toen we besloten met Orlando aan de slag te gaan, bleek het niet zo eenvoudig om een geschikte Nederlandse vertaling te vinden. Ik kreeg toen het wilde idee om zelf aan de slag te gaan, maar ik kwam uit bij een heel letterlijke vertaling, die op zich wel bijzonder klonk, maar toch niet werkbaar bleek. Daarop zijn we vertrokken van een bestaande versie, die ik tot een theatertekst heb bewerkt. We zijn eigenlijk heel simpel begonnen. Een beetje dwaas, zelfs. Guy, dramaturg Erwin Jans en ikzelf kozen er eerst de stukken en elementen uit die we het leukst vonden. Daaruit hebben we dan keuzes gemaakt. Telkens als ik iets had, legde ik het aan Guy voor. We discussieerden, schrapten, vulden aan. Het was zo’n verslavend proces dat ik de laatste vijf bladzijden almaar opnieuw bekeek, veranderde, aanpaste. Op de duur zat ik op elk woordje te kauwen: dit is het toch niet, er moet nog een beter woord bestaan…

‘Ik ben nu vooral benieuwd wat een jong publiek van de taal in de voorstelling gaat vinden. De taal van Woolf staat zo lijnrecht tegenover de sms-taal van tegenwoordig, dat het klassieke aura bijna weer revolutionair wordt’, vindt Guy Cassiers.

Katelijne Damen: ‘Ik heb een enorm zwak voor dat soort taal. Ik lees oneindig graag oude boeken met klassiek taalgebruik – het is zo rijk. Ik moet wel toegeven dat ik mezelf heel hard ben tegengekomen tijdens de repetities van Orlando. De articulatie, de klanken, de uitspraak moeten honderd procent goed zitten.’

 

 

Ontdekkingstocht

 

Het repetitieproces van een monoloog lijkt iets helemaal anders dan dat van een theaterstuk met een uitgebreide cast. Katelijne Damen is het daar echter niet per se mee eens. ‘Het is mijn eerste monoloog en het is best een straf proces’, zegt ze. ‘Maar of ik nu alleen op dat podium sta of met een heleboel andere mensen, zo verschillend voelt dat niet. Guy is een regisseur die sowieso voor iedere acteur voldoende aandacht heeft, hoe klein of hoe groot diens rol ook is. Wat ik nu wel heel tof vind, is dat we samen verder op ontdekkingstocht kunnen gaan. We gaan allebei graag nieuwe dingen aan en krijgen daar nu volop de kans toe. Ook heel fascinerend is dat je op de duur nog weinig woorden nodig hebt om elkaar te begrijpen.’

Guy Cassiers: ‘We hebben in de loop van de jaren samen een traject afgelegd en nu zochten we naar de meest zinvolle volgende stap daarin. Precies doordat we elkaar zo goed kennen, konden we hier en daar een etappe overslaan. Dan zei ik: Nee, Katelijne, dat hebben we al eens uitgezocht voor een ander stuk. Laat ons het nu anders doen. Je probeert nieuwe bronnen aan te boren en daartoe leent een monoloog zich perfect. Hier staat Katelijne helemaal centraal, terwijl een rol in andere stukken vaak ten dienste staat van het grotere geheel. Alle kaarten liggen klaar om een Katelijne te laten zien die we nog nooit hebben zien spelen.’

 

 

Afstand

 

Ook anders dan in de meeste repetitieprocessen is de lange aanloop tot de voorstelling. Doorgaans krijgt een stuk een intensieve voorbereidingsperiode in de weken of maanden vlak voor de première. ‘Aangezien Guy de afgelopen tijd veel naar het buitenland moest voor operaproducties, hadden vooraf besloten om er vroeg genoeg mee te beginnen’, zegt Katelijne Damen. Cassiers: ‘Nu zijn we daar heel blij mee, omdat het een aantal zaken heeft versterkt. We hebben vorig seizoen al keihard aan de voorstelling gewerkt. Toen hebben we bijvoorbeeld al onze codes vastgelegd, onze speeltuin ingericht: de beelden, het geluid, het licht, de video en de verhoudingen daartussen waren bepaald. Op die laatste vijf bladzijden na was de tekst ook klaar en zat die in het hoofd van Katelijne. Daardoor hebben we een soort rust gecreëerd in de weken voor de première, die ons de mogelijkheid gaf om voor elke zin en elk woord exact te bepalen wat we ermee wilden doen.’

Tussen beide repetitieperiodes lagen maanden tijd. ‘Daardoor konden we terugblikken’, zegt Katelijne Damen, ‘ons werk van op afstand bekijken en van daaruit doorgaan.’

Guy Cassiers besluit: ‘We hebben aan Orlando gewerkt zoals een schrijver aan een boek. Vlak voor het naar de drukker moest, konden we het nog eens inkijken en besluiten om bepaalde passages te schrappen, te verplaatsen, een laatste keer kritisch te beoordelen. Die ruimte heb je doorgaans niet in het theater. We hopen dat we dankzij die rust en ruimte juistere keuzes hebben gemaakt.’

 

 

Tegen fatalisme

 

Als het goed is, zal het publiek de zaal met een prettig gevoel verlaten. ‘We willen dat de toeschouwer zich versterkt voelt in het geloof in het individu. Elke mens vertrekt vanuit zijn eigen mogelijkheden en die zijn gigantisch. Politie en media dragen tegenwoordig vooral fatalisme uit. We moeten ons – samen sterk! – achter één leider scharen en die zal het dan allemaal voor ons regelen. Uit Orlando spreekt net de tegenovergestelde mentaliteit: jijzelf kunt veel, jij hebt een mening en jouw persoonlijke bijdrage – hoe klein ook – kan wel degelijk veel betekenen voor de totaliteit waarin we met zijn allen leven.’

 

Orlando

 

10 januari 2013, 20u, première

Bourlaschouwburg, Antwerpen

 

11, 12, 16, 17, 18, 19 en 20 januari 2013

Bourlaschouwburg, Antwerpen

 

24 januari 2013

Cultuurcentrum Hasselt

 

31 januari 2013

De Warande, Turnhout

 

6, 7, 8 en 9 februari 2013

Kaaitheater, Brussel

 

Ook in Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Rotterdam, Douai en Bergen

 

Een productie van Toneelhuis, Antwerpen

 

www.toneelhuis.be