Toen Beethoven een piano uit Londen cadeau kreeg

Tom Beghin speelt een nieuwe replica van een Broadwood in
Muziek
Tom Beghin c Lieven de Laet

In 1818 krijgt Beethoven een pianoforte cadeau van de Londense bouwer Thomas Broadwood. Van die mythische piano – Liszt bewaarde hem als een reliek – bouwt Chris Maene nu een replica, op vraag van pianofortespeler Tom Beghin. Concertgebouw Brugge nam het nieuwgebouwde instrument als aanleiding voor een festival gewijd aan de verschillende piano’s van Beethoven. Naast Tom Beghin op Broadwood, koos Andreas Staier een Conrad Graf voor de Diabellivariaties. Jos Van Immerseel speelt vroege Beethoven op een Anton Walter, een klavier dat ook Mozart charmeerde. Het drieluik illustreert hoe het veranderende instrumentarium een directe weerslag had op Beethovens creativiteit. 

Véronique Rubens

Waar reflectie en praktijk samenkomt, moeten we bij Tom Beghin zijn. Hij is een schaars voorbeeld van iemand die tegelijk als uitvoerder en als academicus uitblinkt. Zijn naam is nog het meest verbonden aan Haydn, met een integrale uitvoering van de 62 sonates bij Naxos. Haydn and The Performance of Rhetoric, de titel van zijn spraakmakend boek, is een van zijn favoriete onderzoeksprojecten. De connectie Beethoven-Broadwood past evenzeer bij zijn dubbele interesse: hoe de evolutie van de pianobouw onmiddellijke invloed had op het componeren. Want meteen na ontvangst van de Broadwood schrijft Beethoven een enigmatisch stuk: het laatste deel uit de Hammerklavier-sonate. Maar het verhaal van deze Broadwood-piano is er een waarin mythe, mysterie en realiteit nauw verweven zijn. Tom Beghin: “Eigenlijk zal ik een instrument bespelen dat Beethoven nooit gekregen heeft.”

Want de piano die eind 1817 vanuit Londen vertrekt, heeft een lange weg af te leggen. Per boot gaat het eerst via Trieste om daarna over de Alpen tot in Wenen te geraken. De Londense piano’s waren berucht om hun robuuste kast, maar het kan niet anders of de piano kwam gehavend toe.
Tom Beghin: “Er is veel mythevorming rond die piano. Zelfs de keizer zou tussenkomen zodat Beethoven geen invoerrechten moest betalen. Wellicht was de piano er toch niet zo slecht aan toe als men in de vulgariserende literatuur beschreven heeft. De mythe gaat verder bij de aankomst van het instrument: Beethoven wou niet dat iemand de piano zou stemmen. Misschien had hij argwaan. Zouden de Weense bouwers de eigenheid van het Engelse instrument wel respecteren? De piano is naar de werkplaats van Streicher gegaan, maar Beethoven klaagde over de aanpak. De mechaniek zou te zwaar zijn en er werd aan de dempers geprutst. Van de Engelsen is nu bekend dat hun piano’s minder goed zouden dempen. Misschien hebben de Weners dat vanuit hun traditie willen verbeteren. Alleszins heeft Beethoven het instrument niet gekregen zoals het aanvankelijk gebouwd was. Met het instrument dat ik nu laat maken door Chris Maene wil ik terug naar de Broadwood zoals die geconcipieerd was. Ik ben ervan overtuigd dat het spectaculaire resultaten kan opleveren.”

Ondanks het ‘prutsen’ van de Weners, was Beethoven laaiend enthousiast over het instrument. Hij koesterde het tot aan zijn dood. Toch rijst nog ander probleem in Beethovens appreciatie voor Broadwood: op het moment dat hij de piano ontvangt, is hij potdoof. Jan Caeyers schrijft in zijn biografie: “Beethoven heeft de Broadwood meer gevoeld dan gehoord.”
Tom Beghin: “Dat vind ik een interessante opmerking. Het tactiele contact moet men ernstig nemen. Voelen is al even belangrijk als horen. En via het voelen maak je ook contact met de mechaniek van een instrument. Daarom is het belangrijk om terug te gaan naar de oorspronkelijke instrumenten. De Broadwoods uit die tijd die nog bestaan, zijn door de eeuwen heen zwaar aangepast. Sommige zijn gerestaureerd, maar niet grondig genoeg.”

Begin negentiende eeuw was de bouw van piano’s big business. In Wenen zouden in Beethovens tijd 380 werkplaatsen actief zijn. Londen telt er op dat moment een vijftigtal, maar zal tegen 1850 pieken met een productie van 60.000 piano’s per jaar. Hoe is het cadeau van Broadwood indertijd door de Weense collega’s aanzien, als een curiosum of als een concurrentieel paard van Troje?
Tom Beghin: “Broadwood was op dat moment succesvoller op de internationale markt. Breitkopf und Härtel, toen zowel actief als uitgever en als pianodistributeur, verkocht zowel Weense als Engelse instrumenten. Het probeerde de Weners te overtuigen om ook karakteristieken van de Engelse piano’s in de Weense instrumenten te integreren. Maar onder meer de bouwer Streicher vreesde dat hij het publiek van amateurs – een belangrijk cliënteel rond Wenen – zou verliezen als hij de Engelse toer opging. De Engelse instrumenten waren krachtiger, maar de mechaniek was zwaarder en dus minder geschikt voor de doorsnee liefhebber. Uiteindelijk is de moderne piano geconcipieerd naar het Engelse model. Het succes van de Engelse piano’s heeft ook de opsplitsing tussen amateurs en professionelen versneld. Maar de Weense mechaniek had andere voordelen: je kon het moment van de aanslag van de hamer beter controleren.”

 

Tom Beghin bij de replica van een Broadwood piano in opbouw, in het atelier van Chris Maene in Ruiselede c Lieven de Laet

De nieuwe replica van het originele geschenk van Broadwood verhuist na de concerten in Brugge naar zijn universiteit McGill in Montreal. Het is daar dat Tom Beghin lesgeeft, zowel in musicologische vakken als in de praktijk van de pianoforte. Tom Beghin: “We hebben al een aantal instrumenten. In het kader van mijn onderzoek had ik geargumenteerd dat het nodig was om ook over een Engelse pianoforte te beschikken. Tot nog toe ging men vaak uit van een chronologie: eerst was er de Weense piano en de Engelse was een volgend stadium. Het idee wint veld dat we al vanaf het begin van de pianoforte met twee scholen te maken hebben. Zowel voor mijn eigen onderzoek als voor de studenten komt het nieuwe instrument van pas. Ik heb al zo lang een band met Chris Maene en dus was het evident om naar hem te stappen. We hebben indertijd samengewerkt aan een authentieke Mozart pianoforte.  Hij bouwde eerder een piano van Longman, Clementi & Co. na, eveneens een Engels instrument. Chris liet me weten dat hij al altijd zin had om een replica van een Broadwood te maken. Geleidelijk aan groeide het idee om precies de Broadwood die Beethoven cadeau kreeg te kopiëren. Het is potentieel een problematisch instrument. Het was een instrument dat naar de toekomst keek, maar dat is natuurlijk vanuit ons perspectief: voor je het weet, begin je onterecht te argumenteren dat Beethoven op een Steinway hoort... ”

Als voorbereiding gingen Chris Maene en Tom Beghin het oorspronkelijke instrument bestuderen in het Hongaars Nationaal Museum. Daar kwam het terecht na de dood van Franz Liszt, die het in zijn bezit had gekregen. Tom Beghin: “Liszt heeft de piano altijd in zijn muziekbibliotheek bewaard, als een reliek. Hij kon op dat moment niets meer doen met een instrument met slechts zes octaven: het was in zijn ogen al een museumstuk. De manier waarop Liszt met het recente muziekverleden omgaat – respectvol maar tegelijkertijd als iets achterhaald – is nog steeds tekenend voor de manier waarop men omgaat met het muzikaal verleden. Het is ook een mentaliteit waar ik in mijn onderzoek tegen inga. Muziek als die van Beethoven wordt ‘gepackaged’, in het geval van de sonates van Beethoven als repertoire met een grote R. Maar de piano waarop hij speelde en de levende praktijk van toen, daar houden we geen rekening meer mee.” 

Eind oktober geeft Tom Beghin, als prelude op het festival, een lecture performance in Ruiselede, waar hij in het atelier van Maene een overzicht geeft van de piano’s van Beethoven.  Een week later vindt de inauguratie van het instrument plaats tijdens een recital in het Brugse Concertgebouw. Wanneer ik Beghin eind juni spreek, heeft hij het instrument nog niet kunnen zien. Tom Beghin: “Wellicht zal het instrument pas een week op voorhand speelklaar zijn.  Chris Maene zegt me dat het instrument nu al grotendeels af is, maar dat is vanuit het perspectief van de bouwer. De kast is er, en ook de meeste elementen die er in moeten. Voor de uitvoerder moet nog alles gebeuren: het afregelen, het afstellen van de mechaniek. Ik hoop in augustus samen met hem de verfijning aan te pakken. Maar echt studeren op het instrument zal er nog niet inzitten.”

 

Het recital van Tom Beghin brengt naast Beethoven ook Kalkbrenner, Ries en Cramer in beeld. Ook zij speelden een rol in het cadeau van Broadwood. Beghin: “Om zijn geschenk nog meer prestige te geven, nodigde Broadwood een aantal prominente musici uit die toen in Londen verbleven. Zij moesten uit de toonzaal het instrument kiezen dat het beste zou zijn voor Beethoven. Het is dus niet specifiek voor Beethoven gebouwd. Het is een instrument in de rij, niet mèèr geornamenteerd dan anders, maar wel een exemplaar dat de goedkeuring heeft van muzikale autoriteiten.
Het zijn mensen uit de entourage van Beethoven. Ferdinand Ries is een oud-student van Beethoven die op dat moment de belangen van Beethoven in Londen behartigde. Johann Baptist Cramer heeft Beethoven lang bewonderd, maar die bewondering is ook wederzijds. Op het moment dat Beethoven zijn Broadwood krijgt, begint hij aan pianolessen met zijn neef Carl. Als studiemateriaal schotelde hij hem studies van Cramer voor. We hebben notities van Beethoven van hoe hij elke studie liet aanleren.

Aan de associatie van de grote pianovirtuoos Frédéric Kalkbrenner met de Broadwood zit een mysterie vast. Elk verhaal over de Broadwood vermeldt dat de namen van het clubje dat de piano uitkoos op de stembalk van de piano zijn gegraveerd. Toen ik het instrument in Budapest ging bekijken, kon ik mijn ogen niet geloven: op een brutale manier is de naam van Kalkbrenner doorgekrast. Ik begon aan een klein onderzoekje daarrond, maar nergens wordt er van dit incident melding gemaakt. Heeft Beethoven het gedaan, omdat hij vond dat Kalkbrenner een charlatan was? Of Liszt, hoewel er nergens sprake is van animositeit tussen de twee pianovirtuozen?”

De grote verrassing van het concert wordt de Hammerklavier-sonate. Of tenminste: hoe zal dat stuk klinken op het instrument waarop Beethoven zich geïnspireerd heeft? Tom Beghin: “De overlevering wil dat Beethoven de Hammerklavier-sonate heeft geschreven voor het instrument. Het interessante aan de mythevorming is dat er steeds een grond van waarheid in zit. En wanneer je de hele context van die anekdotes presenteert, wordt het nog interessanter. Want wanneer de piano aankomt, zijn de eerste drie delen van de sonate al klaar. Het ondoorgrondelijke slotdeel – een machtige improvisatie als inleiding en daaropvolgend een fuga van vijftien minuten – componeerde Beethoven vlak nadat de Broadwood werd afgeleverd. Dat dit deel een uitdrukkelijke ode aan het instrument is, kan men aflezen aan de tessituur. De Weense piano’s en de Broadwood beschikken over zes octaven. Maar waar het Weense klavier van fa tot fa gaat, duikt de Broadwood een kwart lager en gaat van do tot do. En alleen voor het laatste deel gebruikt Beethoven die diepste noten van de Broadwood. Met andere woorden: net dat stuk was niet te spelen op een Weens instrument. Dat was echt een statement van Beethoven: hij gaat de allerlaagste noot van het nieuwe instrument ostentatief gebruiken. De eerste keer dat die lage do erin komt, is dat met een lange triller: het heeft het effect van een gerommel, zoals bij een verre donder. Daarom speel ik in Brugge de eerste drie delen op een Weens instrument, en pas voor de finale verhuis ik naar de Broadwood.”

Beethoven schrijft een beroemd geworden brief aan Broadwood. “Ik zal het instrument behandelen als een altaar waarop ik mijn mooiste gaven aan de goddelijke Apollo zal deponeren. Van zodra ik het instrument heb ontvangen, zal ik u meteen de vruchten van mijn inspiratie opsturen, mijn beste Broadwood, en ik hoop dat ze het instrument waardig zullen zijn.” Maar dat bedankbriefje schrijft hij vreemd genoeg nog voor de piano is aangekomen… Tom Beghin: “Het is slim gezien van hem: een beroemde persoon krijgt een geschenk en schrijft al vooraf een bedanking. Op die manier dekt hij zich in. Stel dat hij het instrument maar niets vindt, dan moet hij zich niet verantwoorden. Ook vreemd: hij belooft iets te sturen, maar zal het nooit doen. Nochtans is mijn hypothese dat net dat laatste deel verwijst naar die 'eerste vruchten van mijn inspiratie’. Een fuga schrijven, dat staat voor iets dat het instrument overstijgt, iets groots en goddelijks. Het kan niet anders of hij heeft die grootsheid gevoeld op de Broadwood. Die gezwollen stijl uit de bedanking is ook typisch voor de oude Beethoven. Hij begon zich god te wanen, ondanks de immense frustratie en eenzaamheid door zijn doofheid.  Die Broadwood wordt zijn belangrijkste instrument. En Beethoven vraagt aan de Weense bouwers om een resonantieschaal onder het instrument te bouwen. Het is een constructie die ervoor moet zorgen om de klank naar zijn oren af te leiden. De piano fungeert als een soort gehoorapparaat.”

“Beethoven verwijst naar Apollo en de redelijkheid. Toch voel ik er meer voor om het dionysische uit dat slotdeel te halen. Al die trillers in de diepte, de voortdurende fortissimo’s: het is een gezwoeg zonder einde. Het heeft iets ongelofelijk ruw, bijna als een natuurritueel. En dat ruwe waarmee Beethoven tegen de grenzen van de toenmalige pianobouw aanschurkt, is iets wat je op een moderne piano niet voelbaar kan maken. Er komt vooralsnog veel verbeeldingskracht bij kijken. Ik zit nog steeds in het ongewisse, want ik heb het instrument nog niet bespeeld.”

Tom Beghin studeerde aanvankelijk aan het Lemmensinstituut in Leuven en in Basel bij Rudolf Buchbinder. Zijn musicologisch bad kreeg hij aan de Cornell universiteit van New York, waar hij ook les volgde bij pianoforte-autoriteit Malcolm Bilson. Hij werkte eerst aan de universiteit van California in Los Angeles. Een carrière als uitvoerend musicus en als academicus tegelijkertijd, is dat beter te realiseren in de Verenigde Staten of in Canada dan in ons land? Tom Beghin: “Er is hier in Montreal evengoed een breuk tussen uitvoerders en academici. Maar structureel gezien kunnen mensen zoals ik hier beter terecht.  Het onderwijs is zo ingericht dat musicologie en conservatorium samen gehuisvest zijn. Toch voelt die dubbele specialisatie ook aan als een vloek. Ik weet vaak niet waar eerst aan te beginnen. Begin ik het studeerwerk achter de studeertafel of aan de piano? Mijn manier van werken is extreem: alle details uitpluizen, een onderwerp volledig uitspitten. Ik heb een integrale opname van alle Haydn-sonates achter de rug. Intussen ben ik er een nieuw boek over aan het afwerken: Haydn at the Keyboard: A Performer's Paradox. Natuurlijk kom ik via het schrijven tot nieuwe inzichten die ik nog niet ten volle in mijn opname heb kunnen realiseren. En dat knaagt. Maar de drang om beide op hetzelfde tempo te laten evolueren, moet ik laten varen.”
 

 

“Vaak gaat het in fasen. Momenteel gaat het meer in de richting van uitvoerder. Zeker als je beslist om die verdomd moeilijke Hammerklavier-sonate te spelen. Die sonate is voor mij een enorme uitdaging. Misschien is het wel de manier om mijn professionele midlifecrisis te bezweren... Ik heb de meeste sonates van Beethoven al gespeeld, maar deze nog niet. Als ik ze nu niet speel, zal ik ze nooit spelen. En pas als ik die Hammerklavier-sonate meester ben, kan ik beginnen dromen van een Beethoven-integrale.”

Door Beethovens oren
 
17 oktober 2013, 20u00
Piano’s Maene, Industriestraat 42, 8755 Ruiselede
 
Lecture Performance door Tom Beghin en Chris Maene
 
 
Beethovens piano’s
 
Van 24 tot 26 oktober 2013
Concertgebouw Brugge
 
 
24 oktober 2013, 20u00
Inleiding door Jan Christiaens om 19u15
In samenwerking met Piano’s Maene
 
Tom Beghin, Broadwood piano
 
Ferdinand Ries (1784-1838)
Rondoletto opus 79 nr. 2

Johann Baptist Cramer (1771-1858)
Zes etudes uit opus 30/40

Frédéric Kalkbrenner (1785-1849)
Élégie harmonique sur le mort de S.A.R. La Princess Charlotte, d'Angleterre, opus 36

Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate Nr. 29 in Bes 'Hammerklavier', opus 106
 
 
25 oktober 2013, 20u00
Nagesprek met Stefan Grondelaers
 
Andreas Staier, Conrad Graf piano
 
Anton Diabelli (1781-1858) e.a.
Veränderungen über einen Walzer von Anton Diabelli, selectie

Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Diabellivariaties, opus 120
 
 
26 oktober 2013, 20u00
Inleiding door Jan Christiaens om 19u15
 
Jos Van Immerseel, Anton Walter piano
 
Muzio Clementi (1752-1832)
Sonate in f, opus 13 nr. 6

Johann Nepomuk Hummel (1778-1837)
Rondeau in Es, opus 11

Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate nr. 5 in c, opus 10 nr. 1
Sonate nr. 8 in c ‘Pathétique,’ opus 13
Sonate nr. 9 in E, opus 14 nr. 1
Sonate nr. 10 in G, opus 14 nr. 2

 
 
www.concertgebouw.be
www.maene.be

Véronique Rubens studeerde Romaanse Filologie en Piano. Zij is freelance journalist (o.a. voor KLARA) en lerares. Zij schreef ook freelance over klassieke muziek voor De Standaard en was een tijdlang redacteur en eindredacteur voor de programma’s Bach Mag en Link (VRT).