“Ik wil een uitroepteken zijn. Fertig.”

Tussen utopie en melancholie: Johan Simons keert terug naar NTGent
Theater
Johan Simons c Lieven de Laet

Hij drukt het ons meermaals op het hart, wanneer we afscheid nemen: dat we toch zeker via de dijk moeten rijden, want dat het uitzicht fantastisch is. Johan Simons heeft gelijk: de weg van het onooglijke Nederlandse gehucht Varik terug naar de bewoonde wereld leidt langs adembenemende vergezichten en weidse velden met overvliegende ooievaars. Verder weg kon de hautaine Maximilianstrasse in München, waar de Münchner Kammerspiele gevestigd is, niet zijn. Maar Simons is niet óf het een óf het ander. Hij is het allebei: de voeten in de aarde, het hoofd richting hemel.

Evelyne Coussens

Hij drukt het ons meermaals op het hart, wanneer we afscheid nemen: dat we toch zeker via de dijk moeten rijden, want dat het uitzicht fantastisch is. Johan Simons heeft gelijk: de weg van het onooglijke Nederlandse gehucht Varik terug naar de bewoonde wereld leidt langs adembenemende vergezichten en weidse velden met overvliegende ooievaars. Verder weg kon de hautaine Maximilianstrasse in München, waar de Münchner Kammerspiele gevestigd is, niet zijn. Maar Simons is niet óf het een óf het ander. Hij is het allebei: de voeten in de aarde, het hoofd richting hemel.

 

Het gerucht deed al een tijdje de ronde, maar in mei jongstleden werd het bevestigd: Wim Opbrouck zal in 2015 zijn mandaat als artistiek leider van NTGent niet verlengen en geeft het estafettestokje terug aan Johan Simons, die hem van 2005 tot 2010 in diezelfde functie voorging. Simons kwam in 2005 naar Gent maar toen in 2010 de Münchner Kammerspiele riepen, was dat een offer he couldn’t refuse. De Nederlandse regisseur liet zijn gezin achter – zijn vrouw Elsie de Brauw is vast aan het NTGent-ensemble verbonden – en wierp zich in het Duitse avontuur.

 

Ook voor u intendant werd van Münchner Kammerspiele was uw werk al geregeld te zien in Hamburg, Berlijn en Wenen. In welk opzicht past uw oeuvre goed bij het Duitstalige toneel?

Johan Simons: “Ik denk dat ik een dramaturgie hanteer die erg Duits is, wat wil zeggen dat ze steeds politiek is en risico’s niet uit de weg gaat. In Duitsland subsidieert men kunstenaars om risico’s te nemen – ik word in München niet betaald om op veilig te spelen, of om van geld meer geld te maken, zoals dat in Nederland stilaan het geval is. Dat is een van de dingen die ik oprecht bewonder aan de Duitse samenleving. De VPRO maakte vorig jaar nog een fantastische documentaire over het ‘succesverhaal’ van Duitsland in Europa [Tegenlicht – Made in Germany van Alexander Oey – EC]. Er kwam een CEO van Volkswagen aan het woord die vertelde dat er in Dresden een fabriek werd gebouwd voor de fabricatie van een nieuwe wagen. Waarom in Dresden, vroegen ze hem, terwijl er steden zijn waar dat goedkoper kan? “Wel”, zei die man, “omdat in Dresden een goede opera staat en je er mooie musea kunt bezoeken.” In Duitsland vindt men kunst en cultuur belangrijk, zonder dat er in de eerste plaats gekeken wordt naar het profijt. Dat is een mentaliteit waarin ik graag en goed kan werken.”

 

Hoe komt het dat cultuur in Duitsland wél nog een vanzelfsprekend onderdeel van het maatschappelijk bestel vormt, terwijl in de Lage Landen het draagvlak afkalft?

JS: “Omdat de politiek er in cultuur durft te investeren. Omdat de politiek uitdraagt dat zij cultuur belangrijk vindt om een gelaagde samenleving te krijgen. In Nederland heerst het liberale Thorbecke-model, dat zegt dat de staat zo min mogelijk bemoeienis moet hebben met de kunst. Kunst en politiek hebben zich volledig van elkaar losgezongen. Daardoor moet nu ook de kunst in tijden van crisis inleveren. Terwijl men in Duitsland begrijpt dat een stad met een goede opera ook economisch aantrekkelijk is.”

 

Voor u in München aankwam, drukte u de intentie uit om, zoals u dat vroeger met Hollandia deed, theater buiten de schouwburg te brengen. Blijkt dat ook mogelijk, met zo’n mastodontische zaal die moet gevuld worden?

JS: “Dat grote theater moet uiteraard draaien, maar dat staat geen zijprojecten in de weg: ik heb bijvoorbeeld Aschylos’ Perzen gedaan aan de rand van de stad, en met het Münchner Kammerkoor hebben we een fantastisch project gemaakt rond geloof: Urban Prayers. Die voorstelling is te gast geweest in alle mogelijke geloofsgemeenschappen in München. We speelden in kerken waar mohammedanen naast Grieks-orthodoxen en katholieken zaten. Toen heb ik voor het eerst het gevoel gehad dat ik zag gebeuren wat we met Hollandia steeds betracht hebben: theater maken voor mensen die nooit of nauwelijks met theater in aanraking komen. Veel van die toeschouwers zal ik wellicht nooit meer in een zaal zien, maar daar waren ze wel aanwezig, op die plek en op dat moment, om samen die voorstelling te zien. Heel indrukwekkend. Dus ja, dat zijn dingen die ook mogelijk zijn als intendant van de Kammerspiele.”

 

Risico’s zijn toegestaan.

JS: “Risico’s zijn noodzakelijk. Naarmate je ouder wordt, kán je meer risico’s nemen en moét je dat ook doen. Anders ben je geen voorbeeld meer voor jongere generatie, en ik wil een voorbeeld zijn. Dat is enkel mogelijk als je steeds opnieuw je kop in de strop steekt, als je steeds weer toelaat dat je op je werk afgerekend wordt. Duitsland is wat dat betreft echt een kamikazecultuur. Ik heb hier nog meer geleerd om niet op veilig te spelen.”

 

En toch keert u München in 2015 de rug toe. ‘Der mann hat Heimweh’, schreef de Süddeutsche Zeitung droogjes.

JS: “En dat is de hele waarheid. München ligt 800 kilometer van hier verwijderd. Het is gewoon geen leuk leven, wanneer je je vrouw en kinderen, als je geluk hebt, drie keer per maand ziet. En dan ben ik ook nog eens een protestant – was ik wat dat betreft maar een katholiek! – wat betekent dat ik me daar nog eens de hele tijd schuldig over voel. Voor zo’n leven ben ik niet geschapen.”

 

Johan Simons c Lieven de Laet

 

Maar er liggen dus geen artistieke ergernissen of meningsverschillen aan de basis van uw beslissing?

JS: “Absoluut niet. We hebben twee keer na elkaar met voorstellingen in het Berlijnse Theatertreffen gestaan [in 2012 met een trilogie rond Sarah Kane, in 2013 met Die Straße. Die Stadt. Der Überfall van Elfride Jelinek – EC], artistiek is er helemaal niets aan de hand. Ik heb de grootst mogelijke artistieke vrijheid. Ik mag in München doen wat ik wil, zolang er over het werk gesproken wordt, zolang het werk tegendraads is. Natuurlijk is niet iedereen fan: een deel van het Münchense publiek wel, een ander deel niet. En natuurlijk heb je te maken met een structuur van 33 miljoen subsidies en 350 man personeel. Als je die mensen niet mee hebt, zit je wel op een oceaanstomer. (lacht) Maar ik denk dat het me redelijk lukt om dat grote huis werkbaar te houden. Ik vind het heerlijk om een groot bedrijf te leiden en ik neem – even afkloppen – mijn werk niet mee naar bed, tenminste negen van de tien keer niet. Daar schort het dus allemaal niet aan. Het is gewoon goed geweest. Men heeft mij het aanbod gedaan om er nog eens drie jaar bij te doen, tot 2018. Maar ik dacht “ik zorg gewoon dat ik een uitroepteken ben”. Fertig.”

 

Wat zou u uit uw Münchense ervaringen willen meenemen, introduceren of aanzwengelen bij uw terugkeer naar Gent?

JS: “Ik zou in Gent graag een Europees gezelschap uitbouwen – het ensemble uitbreiden met Duitse spelers en spelers van andere nationaliteiten. Of dat gaat lukken weet ik niet, maar als er één land is waar het kan, dan is het België. Een Europees gezelschap betekent een gezelschap dat in Gent gehuisvest is en zich ook met die stad bezighoudt – wie zijn stal niet kent, kent de wereld niet – maar tegelijkertijd in staat is om een sterke internationale positie uit te bouwen. Ik wil graag grootschalige producties maken met de Ruhrtriënnale, met de Wiener Festwochen, met Hamburg, en ik wil verder naar het oosten, naar Estland, Letland, Polen en Litouwen. Zodat je verschillende talen op het podium hoort. Ik wil een gezelschap waar veel aan gelegen is om vooraan te staan in het maken van politiek en sociaal betrokken theater. Ik ben niet zo geïnteresseerd in ‘kunstig’ theater; kunst moet het sowieso zijn, we zitten in de kunstensector.”

 

Hoe gaat u het artistiek leiderschap van NTGent combineren met het intendantschap van de Ruhrtriënnale, dat u van 2015 tot 2018 hebt aanvaard?

JS: “Het eerste jaar zal nog samenvallen met München, voor de volgende twee jaar heeft het bestuur van NTGent mij toegestaan om beide te combineren, omdat het ook wel beseft dat daardoor de internationalisering van NTGent een feit wordt. Ik mag maar twee producties per jaar maken, wat voor mijn doen heel weinig is. Geen opera’s, geen andere uitdagingen, ik mag me die twee jaar enkel verhouden tot NTGent en de Ruhrtriënnale.”

 

En wat als er opnieuw een verleidelijk voorstel opduikt uit andere contreien? Geef toe, u bent voor Gent al eerder een wat ontrouwe minnaar geweest.

JS: “(bulderlacht) M’n eigen vrouw ben ik heel trouw, dat is het allerbelangrijkste. Kijk, ik ga zo’n engagement sowieso aan voor vijf jaar. Ik kom ook niet voor niets terug – ik hou van die stad, het is een stad op mensenmaat, ik kijk ernaar uit om er terug te keren.”

 

Maar ze drijft intussen ook mee op de politieke stroming van de rest van Vlaanderen. En dat Vlaanderen plooit gevaarlijk terug op zijn eigen ‘identiteit’. Vreest u in 2015 niet in een klimaat van toegenomen kneuterigheid terecht te komen?

JS: “Toch niet in Gent – Gent is altijd een linkse stad geweest, met een linkse universiteit. En Alain Platel woont er nog steeds, dat is voor mij de belangrijkste barometer. (lacht) Maar serieus, als dat zo zou blijken te zijn, tja, dan moeten we een beetje gaan knokken. Ik zei het al: als je wat ouder wordt, kan je jezelf enkel nog rechtvaardigen door risico’s te nemen. En ik ga graag knokken, als het nodig is. Hoe harder ik moet knokken, hoe beter ik word.”

 

Johan Simons c Lieven de Laet

 

U bent een echte Europeeër. Hoe kijkt u naar de toenemende afbrokkeling van het enthousiasme rond Europa?

JS: “Ik weet dat wat ik nu zeg ingaat tegen heel wat onderbuikgevoelens, maar Europa is de enige weg die we kunnen gaan. Misschien moeten we dus maar wat minder beginnen luisteren naar die gevoelens. De politiek hoort utopisch te zijn, ideeën te formuleren die ook tegen de haren van de mensen durven instrijken. Net zoals de kunst. Ik voel me persoonlijk verantwoordelijk voor die utopie, ja.”

 

Het vrije individu, de mens als denkend en handelend object figureert vaak als hoofdrolspeler in uw werk. Merkt u dat uw denken daarover in de loop der jaren verandert?

JS: “(zwijgt) Het geloof daarin is op dit moment ver weg. Ik heb het gevoel dat de mens minder dan ooit vat heeft op zijn eigen leven. We zijn onvrij, zo onvrij dat we de hele bankencrisis zien voorbijtrekken, met aan het hoofd een paar CEO’s die nog steeds een paar miljoen euro per jaar verdienen, maar wij doen niets. Wij gaan niet eens de straat op om daartegen te protesteren. Er zijn bewegingen die dat proberen, ja, maar het verzet is niet meer massaal, zoals dat indertijd tegen de atoomwapens was. We zijn te bang om te verliezen wat we hebben.”

 

Het is opmerkelijk dat dat bij uitstek voor iemand als u geldt: u hebt veel te verliezen aan status en symbolisch kapitaal – en toch spreekt u steeds weer over de noodzaak van ‘risico’s nemen’.

JS: “Ik kan niet anders. Mijn kracht is altijd het risico geweest, en dat wil ik graag zo houden.”

 

Bent u niet bang om te verliezen wat u hebt?

JS: “Kijk om je heen. Ik heb dit huis. Ik heb een hele mooie vrouw en leuke kinderen. De rest maakt me niet bang.”

 

Hoe houdt u het gevoel fris? Mist u nooit de onbezonnen start van het Wespetheater, van de ‘zigeunerfamilie’ Hollandia? Kijkt u soms achteruit?

JS: “Ik ben geen melancholicus. Als je vandaan komt waar ik vandaan kom, uit een boerendorp, en je merkt bij toeval dat je je kop boven het maaiveld kunt uitsteken, dan is er maar één richting: vooruit.”

 

Dat sluit aan bij een mooi citaat van u, waar u eerder in dit gesprek op varieerde: “Als je niet weet waar je vandaan komt, zal je nooit de wereld kennen”.

JS: “Ik probeer trouw te blijven aan de plek waar ik vandaan kom, ik probeer met de voeten in de modder te blijven staan, maar tegelijkertijd toch naar de utopie te kijken. Op het raakpunt van beide, dat is waar ik me het liefst bevind.”

 

Johan Simons c Lieven de Laet

Johan Simons

NTGent

 

Johan Simons regisseert de openingsproductie van het seizoen 2013-2014 bij NTGent: Vals, naar een tekst van Lot Vekemans en met Elsie de Brauw, Betty Schuurman en Bert Luppens.

 

6 september 2013, 20u00

3, 4, 5, 9, 10, 11 en 12 oktober 2013, 20u00

NTGent – Schouwburg

www.ntgent.be

 

14 september 2013, 20u00

CC De Schakel, Waregem

www.ccdeschakel.be

 

18, 19, 20 en 21 september 2013, 20u30

Compagnietheater, Amsterdam

www.compagnietheater.nl

 

24, 25, 26 en 27 september 2013, 20u30

Theater aan het Spui, Den Haag

www.theateraanhetspui.nl

 

Verder op tournee vanaf 15 oktober in o.a. Haarlem, Brugge, Aalst, Eindhoven, Dilbeek, Groningen, Maastricht, Rotterdam en Breda. Voor de volledige speellijst zie:

 

www.ntgent.be

Evelyne Coussens (°1980) studeerde klassieke filologie aan de UGent en Theaterwetenschappen aan de UA. Ze schrijft als freelance cultuurjournalist voor verschillende media (Zonemagazines, rekto:verso, Etcetera, Staalkaart) en werkte als redactrice mee aan verschillende uitgaven omtrent theater.