“In de werkelijkheid wordt alles vloeibaar”

Christophe Van Gerrewey: Trein met vertraging
Literatuur
Christophe Van Gerrewey c Maya Wilsens

Christophe Van Gerrewey (1982) schreef zich op korte tijd een stevige reputatie bijeen als essayist en verhalenschrijver. Vorig jaar debuteerde hij overtuigend als romanschrijver met Op de hoogte, een vernuftige, geestige en beklijvende ‘romanbrief’ over een verbroken relatie. Nog geen 20 maanden later bevestigt hij met de moeilijke tweede zijn pur sang schrijverschap. Trein met vertraging is het minutieus beschreven relaas van een ogenschijnlijk onschuldige treinrit van Oostende naar Antwerpen-Centraal. Alles loopt op wieltjes tot de trein in een dramatisch hoogtepunt stil komt te vallen. Minuut per minuut begeleidt Van Gerrewey de lezer op meesterlijke wijze langsheen het hobbelig traject en gunt ons een blik in de diepste gedachten van de passagiers. Van Gerrewey’s unieke stijl geeft de lezer het ietwat ongemakkelijke gevoel op de onfortuinlijke trein aanwezig te zijn. Een nieuw geluid is opgestaan in de Vlaamse letteren, de hoogste tijd dus om er aandachtig naar te luisteren. 

Laurent De Maertelaer

Als gewezen pendelaar ben ik vaak de speelbal geweest van de willekeur van de NMBS. U weet de gevoelens van de gemiddelde reiziger heel goed te verwoorden. Is de trein nemen nog altijd een beetje reizen, voor u?

Christophe Van Gerrewey: “Ik heb geen rijbewijs en geen auto. Het een is een logisch gevolg van het ander. Ik neem noodgedwongen de trein voor grotere afstanden. Daarom is treinen niet langer ‘een beetje reizen’, omdat het niet meer zo uitzonderlijk is. Als je vaak in Brussel, Antwerpen of andere steden moet zijn dan krijgen die reizen een soort vertrouwdheid, vergelijkbaar met een fietstochtje. Het verschil is natuurlijk dat je op de trein veel vrijheid verliest, en dat je geconfronteerd wordt met vertragingen. Ik kwam op het idee om een boek te schrijven met deze titel in een trein die zonder duidelijke reden in de buurt van Beveren bijna een uur lang stilstond. Het leek me een dramatisch interessant gegeven. Je merkt vrij snel, niet alleen bij jezelf maar ook bij anderen, dat je daar kwaad om wordt. Je wil de oorzaak van de stilstand kennen, en je wordt verplicht om intensiever na te denken of rond te kijken. Het is een volledig onverwachte onderbreking van een dagelijks ritme. Wanneer je de trein neemt ga je meestal ergens naar toe. Zo’n stilstand onder- en doorbreekt al je plannen.”

 

Ik zie u in gedachten veel notities nemen op zulke momenten. Het is het meest kenmerkende gegeven van uw stijl: zeer gedetailleerde beschrijvingen van de gedachten en indrukken van uw medereizigers en de plaatsen waar de trein voorbijrijdt of stilstaat. Ik denk bijvoorbeeld aan de fameuze watertoren in Gentbrugge, tussen Gent-Dampoort en Gent-Sint-Pieters, die sinds kort beschilderd is als een cocktail met reusachtige ijsblokjes.

CVG: “Het traject in het boek ken ik goed. De plekken waar de stilstand zich voordoet, tussen Gent-Sint-Pieters en Gent-Dampoort, heb ik doelbewust onderzocht, ook door allerlei kaarten te raadplegen. Omdat ik al mijn hele leven de trein neem, beschik ik over een arsenaal aan treinanekdotes. Die halen tegenwoordig vaak het nieuws. Zoals een paar dagen geleden: na een zelfmoord op de sporen konden de stoffelijke resten niet tijdig verwijderd worden, waardoor heel wat reizigers ongewild geconfronteerd werden met de gevolgen van die wanhoopsdaad. Dat is nieuws omdat het uitzonderlijk is, hoewel de treinrit zelf heel gewoon blijft. Die combinatie van het uitzonderlijke en het alledaagse is de belangrijkste grondstof voor literatuur.”

 

Bent u te rade gegaan bij de NMBS of bij leden van het treinpersoneel?

CVG: “Een personage overweegt om treinconducteur te worden, en hij veronderstelt dat dit kan door online te solliciteren. Dat is ook zo, en je vindt op het internet heel wat richtlijnen en gidsen voor treinbegeleiders.”

 

"Zoals altijd wanneer ik met een vraag wordt geconfronteerd zonder dat er zich een antwoord aanbiedt, ben ik te rade gegaan bij de teksten van een ander." zei u tijdens de voorstelling van Op de hoogte op 17 maart 2012 in de Gentse boekhandel Limerick. Trein met vertraging doet in meer dan een opzicht denken aan de debuutroman van Georges Perec, Les choses. In de perstekst van De Bezige Bij Antwerpen wordt u “de Vlaamse Perec” genoemd…

CVG: “Ik heb veel van Perec gelezen, maar Les choses niet. Mijn uitgever Harold Polis liet diens naam meteen vallen nadat ik het manuscript van Trein met vertraging had opgestuurd. Net als bij Perec is in dit boek (en ook in Op de hoogte) het spelkarakter belangrijk. Als schrijver bedenk je regels om een spel te spelen samen met de lezer – en als dat lukt ontstaat een van de diepste banden die tussen twee mensen mogelijk zijn. Bovendien zijn die regels zodanig opgesteld, dat het boek als het ware vanzelf ontstaat. In Trein met vertraging zijn de randvoorwaarden eenvoudig: je hebt een trein die van Oostende naar Antwerpen rijdt; om de 7 of 8 minuten wordt een ander personage beschreven; en tussen de twee Gentse stations valt de trein stil. Dat is een arbitraire beslissing, en wat daarna gebeurt, ligt langs de ene kant vast, en langs de andere kant is alles nog mogelijk.”

 

Volledig in de lijn van Perecs fameuze regel van de machine à écrire

CVG: “Inderdaad – maar dat machinale karakter is geen beletsel voor diepgang of emotie, maar eerder het begin ervan.”

 

Trein met vertraging nestelt zich ook in de traditie van de Nouveau Roman, van literaire beschrijvingen zonder intrige of plot. Zoals in La modification van Michel Butor: een roman over een man die vanuit Rome per trein naar zijn minnares in Parijs op weg is – een boek dat beroemd is geworden door de ‘vous’-vorm waarin het geschreven is.

CVG: “Excuus, maar dat boek heb ik evenmin gelezen (lacht). De vergelijking lijkt me wel terecht, omdat ik er van overtuigd ben dat dé roman niet bestaat, maar dat je telkens opnieuw regels of condities moet creëren waarbinnen een roman tot stand kan komen. Ik val liever niet terug op de 19de-eeuwse alwetende verteller, omdat die – de naam zegt het al – nauwelijks past bij de menselijke conditie. Het concept en het vertelstandpunt dat je gebruikt, hoeft niet nieuw te zijn, maar het moet wel passen bij het verhaal dat je wil vertellen, en bij de problemen die je beschrijft. Zoals Op de hoogte, dat is bedacht als een brief in de vorm van een ‘echt’ uitgegeven boek. Trein met vertraging lijkt niets meer dan de uitvoerige beschrijving van een treinrit, hoewel er zich toch iets ontwikkelt dat je een plot zou kunnen noemen – zonder dat die plot een duidelijk einde kent. Zo is het in een mensenleven ook: de dingen eindigen niet, tenzij je sterft, maar dan kan je het niet meer navertellen. Ik probeer dus wel een spel te spelen, maar dan vanuit een ernstige en diepmenselijke benadering. Ik poog een menselijk lijden weer te geven – om een groot woord te gebruiken –, ook al is dat lijden heel alledaags, van voorbijgaande aard of zelfs futiel.”

 

Een mooi voorbeeld is het personage dat panikeert tijdens de stilstand omdat hij net liters ijs heeft gekocht in de supermarkt. We leren hem kennen als iemand die op maniakale wijze zijn boodschappen doet en zoveel mogelijk kortingsbonnen verzamelt – een soort gekke Messias in de Delhaize.

CVG: “Hij schept er ook veel plezier in om punten te scoren. Wanneer de trein stil valt, smelt zijn ijs en kijkt hij naar de ijsblokjes die op de watertoren zijn geschilderd. Je zou dat het verschil tussen het leven en de literatuur kunnen noemen: in de literatuur blijven ijsblokjes eeuwig smelten; in de werkelijkheid wordt alles, onvermijdelijk, vloeibaar.”

 

Ik vond het boek ondanks de zakelijke beschrijvingen vaak zeer humoristisch…

CVG: “Dat verrast mij zelf ook soms. Ik probeer te vermijden om te veel humor in een boek te laten sluipen, vooral omdat je dan de valse indruk kan wekken dat je de personages niet ernstig neemt of dat je met ze lacht. Toch is het een natuurlijk gevolg van het schrijven zelf: ik denk dat ik (meestal) vrij snel de potentiële humor van een bepaalde situatie vat.”

 

c Maya Wilsens

 

In de wisselende vertelperspectieven, waar in korte hoofdstukken de ‘stream of consciousness’ van de personages zeer nauwkeurig beschreven wordt, herken ik eveneens de stem van Nicholson Baker, de auteur van onder andere het beruchte The Mezzanine.

CVG: “(schudt lachend met het hoofd) Ik had vermoed dat iedereen meteen Trein der traagheid van Johan Daisne met deze roman zou verbinden – want daar is Trein met vertraging in zekere zin een parodie van. Maar het is alleszins sympathiek dat u mij al die boeken aanraadt.”

 

Ik wil maar zeggen: u bent net als Baker een kei in het zeer minutieus beschrijven van op het eerste gezicht banale gebeurtenissen. In die zin is – hier is hij weer – de ‘boodschappenman’ bijzonder memorabel. In welke mate is Trein met vertraging autobiografisch?

CVG: “De man die het maximum uit zijn kortingsbonnen wil halen, heb ik simpelweg bedacht omdat ik wel eens inkopen doe bij Delhaize. Het is iets dat je tijdens het winkelen kan doen: de mogelijkheid wordt je alleszins aangeboden. Schrijven is dan niets meer – maar ook niets minder – dan je consequent inleven in de gedachten van een personage dat daarin geen remmingen meer kent. Er zit in het boek een hoofdstuk waarin een ik-figuur opduikt die toegeeft dat hij probeert om zich in te leven in die andere mensen, noodzakelijkerwijze door elementen van zichzelf toe te voegen. Herkenning – in een bepaald personage of in een medemens – is enkel mogelijk omdat je dingen vanuit jezelf projecteert. Daar kan je niet omheen. Als je iemand niet kent, moet je gissen naar zijn of haar gedachten. Je hebt geen andere keus dan je te baseren op je eigen standpunten en ervaringen. Dat is iets wat je tijdens een treinrit vaker overkomt, omdat je voortdurend tegenover een vreemde wordt gezet.”

 

U trekt bijna het hele register open van mogelijke treinreizigers, een waar plezier voor de NMBS-kenner. Bent u ze stuk voor stuk tegengekomen?

CVG: “Ik weet niet of ik echt al naast iemand heb gezeten die een filosofisch essay over interpretatie aan het herwerken was. Vaak zijn personages andere versies van personen die ik in werkelijkheid heb ontmoet, of van dingen die ik heb gezien of gehoord. Zo zie ik soms hoe een meisje op de trein zich verplaatst zonder dat daar een zichtbare aanleiding toe is. Waarschijnlijk heeft dat te maken met een man die haar zit te begluren, zoals dat in Trein met vertraging gebeurt. Wat alle personages gemeenschappelijk hebben, is dat wat ze zich hadden voorgenomen niet lukt. Ze willen iets, maar ze krijgen het niet. In zekere zin lijkt er voortdurend iets te gebeuren, maar uiteindelijk gebeurt het niet. Ik mag het einde niet verklappen, maar ook de trein haalt de terminus niet. In alle verschillende verhaaleindes zit een einde dat zich niet voordoet. De personages Roos en Dirk kennen elkaar – vermoedelijk – al veel langer, maar dat vermoeden durven ze niet uit te spreken. Er is ook de man die zijn essay niet wil veranderen, maar op het einde toch toegeeft aan zijn redacteur. Ik heb geprobeerd om alle verhaallijnen af te ronden – of open te laten – aan de hand van onduidelijkheid, mislukking of vergeefsheid.”

 

Stel dat u op een treinreis komt te zitten voor iemand die Trein met vertraging leest, wat zal er dan door u heengaan?

CVG: “Dat zal mij plezier doen, hoewel ik er ook rekening mee zal houden dat die reiziger het gevoel kan krijgen met ‘gezeur en geouwehoer’ geconfronteerd te worden, zoals een Nederlandse blogger het over Op de hoogte schreef. En als de trein stilvalt… Het is alleszins een van de vragen die ik probeer op te werpen: in hoeverre is alles wat misloopt met onze spoorwegen aan de NMBS te wijten? Of zijn de reizigers gewoon kritischer geworden, mondiger en ontevreden?”

 

Tijdens uw toespraak in boekhandel Limerick kwam u uit bij Kafka, meer bepaald de laatste zin uit Het proces. “Het was alsof de schaamte hem moest overleven.” U vervolgde: “In het licht van het voorgaande – dus vanuit het besef van de schrijver dat hij een oplichter is en dat hij zichzelf tot op het einde van zijn leven verwijten moet maken, is deze laatste zin te lezen als de laatste – maar meestal weggelaten – zin van alle werkelijk ernstige boeken.” Voelt u ook nu weer schaamte?

CVG: “Misschien iets minder dan bij het eerste boek: dat was mijn officiële debuut, en bovendien werd er in Op de hoogte een intimiteit gesuggereerd die voor sommige lezers wellicht gênant was. Boeken met een ik-verteller, zeker wanneer er gespeeld werd met de gelijkenissen tussen de ik-verteller en de auteur, zijn een poging om de lezer te doen geloven dat het een werkelijk ‘ik’ is die alles vertelt. In Trein met vertraging is dat anders. En toch blijf ik me afvragen: wat heb ik gedaan? Waarom heb ik dat gedaan? Moest het allemaal zo gedetailleerd verteld worden? De band die tussen lezer en schrijver kan ontstaan, is waardevol, maar net daarom ook bedreigend en schaamtelijk. Vlak na het verschijnen van het eerste boek heb ik tegen verschillende mensen gezegd dat ik zo snel mogelijk een ander boek wilde publiceren. Dat is trouwens nu weer zo (lacht). Als ik de extreme keuzes zie die er gemaakt zijn, dan wil ik die wegblazen met een nieuw boek.”

 

 

Trein met vertraging verschijnt nog geen 20 maanden na Op de hoogte. U schrijft blijkbaar snel en moeiteloos...

CVG: “Dat gevoel heb ik niet. Twintig maanden is erg lang: Trein met vertraging telt 60.000 woorden – dat zijn nog geen 100 woorden per dag! Voor dit boek heb ik eerst in ongeveer 10.000 woorden het verhaal van de boodschappenman verteld. Ononderbroken – dat fragment is nadien verknipt en aangepast om in het treinschema te passen. Toen kwam het idee om de tekst in personages en tijdvakken op te delen: niet zo eenvoudig, want alles moet kloppen. Je kan een bepaald personage niet zomaar midden in het verhaal gooien. Ik schrijf hoe dan ook altijd een eerste versie met de hand. Ik weet niet of het bijgeloof is, maar dat lijkt veel doordachter dan wanneer je meteen met een computer werkt. Na – of liever tijdens – het uittikken gebeurt er nog een tweede aanpassing, en daarna nog een. En dan is het min of meer klaar. Ik schrijf heel graag met de hand. In de literatuurwetenschap bestaat het verschil tussen een ‘Kopfarbeiter’ en een ‘Papierarbeiter’. Ik ben – ik heb dat al eerder gezegd – veeleer van de eerste categorie, omdat wat ik op papier zet in gedachten al redelijk ver gevorderd is.”

 

U bent architect, u schrijft veel over architectuur en u werkt mee aan tentoonstellingen over architecten. In welke zin helpt uw opleiding bij het schrijven van een roman? 

CVG: “Ik werk aan een doctoraat over de Belgische architectuurcriticus Geert Bekaert, die toch – denk ik – een zeer goed essayist is: Willem Frederik Hermans heeft hem zelfs ooit geprezen. Daarnaast zijn er andere activiteiten die binnen dat kader passen. Bekaert heeft bijvoorbeeld veel over architect bOb Van Reeth geschreven, en afgelopen voorjaar heb ik meegewerkt aan een tentoonstelling over diens werk in BOZAR. Ik vind dat heel aangenaam. Architectuur was het onderwerp van een verhalenbundel – Werkelijkheid zonder weerga – die is verschenen toen ik nog studeerde: eigenlijk mijn echte debuut. Het is een bundel met zeven verhalen die zich afspelen in een beroemd gebouw, zoals de Boekentoren in Gent of een Parijse villa van Rem Koolhaas. En ook in Trein met vertraging staat er een ruimte en een tijdsverloop centraal – zoals in elk verhaal, maar het is nog iets anders wanneer het zich afspeelt in de creatie van een architect.”

 

Is er nieuw werk op til?

CVG: “Zoals ik zei: ik zou dit boek opnieuw zo snel mogelijk willen verdringen (lacht). Ik heb als tiener en twintiger een paar romans proberen schrijven. Daar zit veel onafgewerkt (of door uitgevers afgewezen) materiaal tussen, dat niet noodzakelijk integraal slecht is. Misschien probeer ik een van die dingen uit te werken – zoals het verhaal Weg met het weekend, dat al sinds 1998 in wisselende vormen blijft voortbestaan.”

Christophe Van Gerrewey, Trein met vertraging, De Bezige Bij Antwerpen, 2013, ISBN 9789085425069, € 19,95

Laurent De Maertelaer is licenciaat Germaanse Talen en master in Anglo-Irish literature and drama. Zijn interesse gaat in de eerste plaats uit naar James Joyce en andere modernistische literatuur, filosofie, de klassieke Oudheid en cinema in al zijn vormen.