Roots Festival!

Couleur locale in de klassieke muziek
Muziek
Oxalys, met Toon Fret als tweede van rechts

 

De Romantiek is een zoektocht naar het wezen van de mens, en schoonheid en vrijheid gaan daarbij hand in hand. Via de kunst creëert de mens zichzelf, verheft hij zich, vindt hij zijn oorsprong en zijn bestemming. Een deel van die zoektocht behelst de exploratie van de geschiedenis, het teruggrijpen naar de regionale en nationale wortels van de eigen cultuur. In de romantische muziek van de tweede helft van de negentiende eeuw namen componisten elementen uit de eigen volksmuziek over. Klassieke composities kregen daardoor een lokale kleur, oude tradities van eigen bodem vonden letterlijk weerklank in nieuwe muziek. In Vlaanderen was Peter Benoit de belangrijkste vertegenwoordiger van deze beweging, maar overal in Europa vinden we schitterende voorbeelden van de integratie van oude volksmuziek in ernstige meesterwerken.

Riet Jaeken & Emile Hollman

In de Finse muziekgeschiedenis is Jean Sibelius ook vandaag nog toonaangevend. Zijn werk is doordrongen van de liefde voor zijn land, de Finse cultuur en volksmuziek. Volgende generaties lieten zich door hem inspireren, en dat geldt ook voor de twee hedendaagse componisten Rautavaara en Sallinen. In hun strijkkwartetten hoor je nog steeds de gemeenschappelijke basis, ‘mijn Finlandia’.

 

Uit de Jiddische muziektraditie stamt de volkse klezmer, die onlosmakelijk met de joodse feesten verbonden is. Het is heerlijk meeslepende muziek, pendelend tussen opzwepende dansritmes en diep melancholisch gezang. Als de klezmer-muzikanten hun intrede maken worden de tafels opzij geschoven en de stembanden gesmeerd. Neem nu ook de klarinet. Vooraleer de klarinet haar vaste plaats in het klassieke oeuvre veroverde, was het instrument vooral bekend uit de volksmuziek. Tijdens de romantiek gingen vele componisten opnieuw op zoek naar deze specifieke volkse klank om hun muzikale taal te verrijken. Zo haalde Sergej Prokofiev met zijn Ouverture op een joods thema de joodse klezmermuziek, waarin de klarinet een grote rol speelt, overtuigend in het klassieke repertoire binnen. Sinds de twintigste eeuw wordt deze muziek meer en meer door professionele musici in de concertzalen gebracht. Maar het blijft altijd muziek uit het diepste van de waarachtige ziel.

 

Gelukkig zijn ze talrijk, de componisten die zich door de volksmuziek lieten inspireren. De levenslust, de spitante ritmes, de aangrijpende melodieën en het kleurenpalet van oude lokale tradities hebben het klassieke repertoire ongelooflijk verrijkt. 
Bohuslav Martinú zwierf door vele stijlen en landen. Met het Nonet nr. 2 – zijn allerlaatste kamermuziekwerk – brengt hij een ode aan de Boheemse volksmuziek. Luciano Berio zocht voor zijn Folk Songs wereldwijd elf volksliederen uit die, hij nieuwe harmonieën en intrigerende kleuren gaf. Opmerkelijk is dat hij ook in de Auvergne belandde en enkele liederen koos die deel uitmaken van de cyclus van Joseph Canteloube. Dit grote orkestwerk, gebaseerd op de volksliederen uit zijn geboortestreek, liet Oxalys door componiste Annelies Van Parys bewerken. Het werd een fantastische versie – een weelderige zuidenwind – die Oxalys vertolkt met de Franse sopraan en barokspecialiste Claire Lefilliâtre.

Vaderlandsliefde! De drie componisten Bohuslav Martinú, Karol Szymanowski en Antonín Dvorák reisend veel en ver, maar ze bleven hun leven lang inspiratie vinden in de volksmuziek van hun geboortegrond met de kenmerkende Slavische dramatiek, opzwepende “dumka’s”, uitbundige dansen en melancholische melodieën.
Karol Szymanowski ontwikkelde een eigenzinnige rapsodische stijl en harmonische wereld, maar zijn melodieën en sterke ritmes zijn geïnspireerd door de Tatra-volksmuziek.
Het Strijkkwartet nr.14 van Antonín Dvorák is een meesterwerk, prachtig opgebouwd en zonder twijfel geïnspireerd door zowel Amerikaanse volksmuziek als door de heimwee naar zijn vaderland. 

 

Allemaal opwindende voorbeelden van hoe oude lokale klanken opgenomen werden in de Europese taal die de klassieke muziek is. Van het hoge Noorden, over de grote vlaktes van ons continent, tot het mediterrane Zuiden.

 

Chants d’Auvergne

Fluitist Toon Fret

“Ik denk”, zegt Toon Fret (1971), fluitist en artistiek coördinator van het kamermuziekensemble Oxalys, “dat er veel meer volksmuziek schuilt in het klassieke repertoire dan we denken. Dvorák, Mozart, Schubert, ze leenden allen – en meer dan we beseffen – bij de volksmuziek. Je kunt het lezen in de partituur, misschien dat je het dansen iets minder goed hoort doorklinken bij een symfonieorkest.”

 

Dat zichtbaar maken van volksmuziek in de klassieke muziek is de gedachtegang achter het Roots Festival in Hasselt. Liefst vijf dagen na elkaar klinkt er muziek in het cultureel centrum die sterk verbonden is met een plek. De Finse componist Jean Sibelius staat bekend om zijn liefde voor de eigen cultuur en geschiedenis, net als zijn ‘opvolgers’ Rautavaara en Sallinen. Oxalys speelt een van de meest populaire klassieke stukken die stevig zijn verankerd in een streek: de Chants d’Auvergne van Joseph Canteloube (1879-1957).

 

“Canteloubes liederen zijn heel goed gemaakt”, zegt Fret (1971). “Het zijn prachtige harmonieën, maar daar valt hij ons niet mee lastig. Er zijn componisten die zulke harmonieën met veel branie brengen en je die als het ware opdringen, maar daar is bij Canteloube geen sprake van. Het is fantastisch.” Fret heeft net een lange dag achter de rug aan het conservatorium van Luik waar hij professor is. Behalve in Luik doceert hij ook in Dijon en Leuven. Volgens zijn biografie profileert Fret zich vooral als kamermusicus maar al snel blijkt dat hij helemaal niks moet weten van een orkestbaan. “Ik ben geen orkestmusicus, ik heb problemen met gezag”, gnuift hij. “Ik ben een kleine ondernemer die graag zijn eigen broodjes bakt.” Naast Oxalys speelt Fret traverso (de voorloper van de dwarsfluit) in barokensemble Atys en is hij fluitist bij ensemble Het Collectief dat vooral hedendaagse muziek brengt.

 

Oxalys toert al langer met het belangrijkste muzikale erfgoed van Canteloube. Hij schiep een hartstochtelijk beeld van zijn geliefde streek en haar bewoners in noten. Volgens Fret zijn de werken uitstekend geschikt voor een kamermuziekbezetting: fluit, klarinet en harp en waar mogelijk uitgebreid met andere instrumenten om een breed repertoire te brengen en ongewone projecten te realiseren.

 

Canteloube schreef zijn liederen voor zangstem en orkest. De Chants d’Auvergne werden voor Oxalys bewerkt door componiste Annelies Van Parys met wie het gezelschap vaker samenwerkt. Zij arrangeerde eerder al werk van Debussy voor Oxalys. “In een orkest hoor je de polyfonie en het patina van dit werk te weinig, het is niet helder genoeg. Van Parys reduced it to the max. Het is loepzuiver, die muzikale rijkdom hóór je nu. Dat presteerde ze ook al in haar bewerking van Debussy‘s Prélude à l’après-midi d’un faune: je hoort het genie veel beter. In deze bezetting heb ik bovendien geen last van dictators voor mijn neus en pinguïns om me heen”, sneert Fret. “Iedereen luistert naar elkaar en reageert op elkaar, niet op een dirigent. Dat is een hele andere manier van musiceren. Je scherpt je aan elkaar, er is plezier in de interactie van de musici op het podium.”

 

Hoewel Oxalys vooral put uit de Belle Epoque (1870-1930), stuit het ensemble dikwijls op volksmuziek. Van Luciano Berio bijvoorbeeld, die Fret qua instrumentatie en inventiviteit nog hoger inschat dan Canteloube. Van de Folk Songs van Berio is nooit een orkestversie verschenen, vandaar dat Fret het “pure volksmuziek” noemt. Maar hij weet het, volksmuziek is een beladen term – er zijn teveel clichés op van toepassing. De volksmuziek nodigt uit tot dans, maar stemt evengoed melancholisch. Hij noemt het “essentiële zuurstofbanen naar de ernstige muziek. Maar misschien moeten we gewoon wel stellen… dat alle muziek volksmuziek is.”
 

Roots Festival
Van 13 tot en met 17 maart
 

Tempera Quartet

13 maart 2016, 15u00

E. Rautavaara, A. Sallinen & J. Sibelius

 

Port Klezmer

14 maart 2016, 20u00

R. Schumann, S. Gubaidulina, M. Bruch & J. Bossier
 

Oxalys

Claire Lefilliâtre, sopraan

15 maart 2016, 20u00

B. Martinú, L. Berio & J. Canteloube
 

Taurus Quartet

16 maart 2016, 20u00

B. Martinú, K. Szymanowski & A. Dvorák
 

Stanislaw Drzewiecki, piano

Jekaterina Drzewiecka, piano

17 maart 2016, 20u00

F. Chopin, J. Zarebski, M. Moszkowski, A. Dvorák, J. Brahms & V. Gavrillin
 

 

www.ccha.be