Zemlinsky's vergeten meesterwerk

Der König Kandaules
Opera
Jean-Léon Gérôme, Le roi Candaules, 1859

Der König Kandaules van Alexander Zemlinsky (1871-1942) mag men gerust een vergeten meesterwerk uit de 20ste eeuw noemen. De Oostenrijkse componist, nog te weinig bekend bij het brede publiek, schreef de opera in de jaren 1935-’38 maar slaagde er niet in het werk te voltooien. Het werd zijn operatestament en zijn ‘opus summum’ – de samenvatting van een indrukwekkend maar ondergewaardeerd oeuvre voor de lyrische scène.

 

Pas in 1996, vierenvijftig jaar na Zemlinsky’s dood, weerklonk Der König Kandaules voor het eerst in de Staatsoper Hamburg, in een reconstructie en een voltooide orkestratie door de Brits-Duitse musicoloog, dirigent en Zemlinsky-kenner Antony Beaumont. Vandaag pakt Opera Vlaanderen uit met een gloednieuwe productie van de opera in een regie van de Oekraïense theatermaker Andrij Zholdak. 

Piet De Volder

Miskend of slecht gekend?

Vraag een doorsnee muziekliefhebber naar het oeuvre van Alexander Zemlinsky. Of er volgt een lange stilte, of er worden na enig denkwerk één à twee werken genoemd: de Lyrische Symphonie (1922-‘23) en/of Maeterlinck-Lieder (1910-’13), op poëzie van onze landgenoot en Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck. Twee werken waarvan verschillende opnamen voorhanden zijn en die met enig geluk al eens de concertaffiche halen.

Niet alleen is Zemlinsky’s muziek slecht gekend, ook de naam zelf doet zelden een belletje rinkelen. Nochtans was hij allesbehalve Mr. Nobody.

Alexander Zemlinsky groeide op in het fin de siècle Wenen en had nauwe banden met het kruim van het Weense muziekleven: Johannes Brahms, Gustav en Alma Mahler, Arnold Schönberg, Alban Berg… In korte tijd ontpopte hij zich tot één van de meest beloftevolle componisten in de kunstmetropool. Alban Berg koesterde een levenslange bewondering voor Zemlinsky en citeerde in zijn Lyrische Suite voor strijkkwartet een thema uit diens Lyrische Symphonie. “Zemlinsky is grote klasse!”, wist Kurt Weill.

 

De rode draad Wenen

Wenen markeerde een belangrijk deel van Zemlinsky’s leven, ook al was hij niet honkvast. In Wenen werd hij geboren in een joodse familie en verwierf hij een uitstekende reputatie als componist en dirigent. Brahms promootte kamermuziek van Zemlinsky bij zijn uitgever Simrock, Mahler creëerde Zemlinsky’s doorbraak-opera Es war einmal in de Hofoper en Arnold Schönberg zou zich levenslang de weinige lessen in contrapunt herinneren die hij van Zemlinsky kreeg. Door Schönbergs huwelijk in 1901 met Mathilde Zemlinsky, Alexanders zus, werd Zemlinsky ook schoonbroer van de illustere vernieuwer en pionier van de twaalftoonsmuziek.

In een totaal ander Wenen, het Wenen van de jaren 1930, schreef Zemlinsky Der König Kandaules. Hij keerde er terug na etappes in Praag en Berlijn, op de vlucht voor het nazi-bewind. Maar wanneer de nazi’s in maart 1938 Oostenrijk annexeerden – de beruchte ‘Anschluss’ – bood ook zijn geboortestad geen professionele perspectieven meer. Zemlinsky beproefde, net als Schönberg, zijn geluk in de States.

 

Estheet & lelijk eendje

Zemlinsky en het fin de siècle Wenen leveren ook prikkelende ‘petite histoire’. Vooraleer Alma Schindler Alma Mahler werd en in 1902 in het huwelijk trad met Gustav, had ze een gepassioneerde relatie met Zemlinsky, die haar compositieleraar was.

Alma, die van kortstondige liaisons met artiesten haar specialiteit maakte, was in haar oordeel over Zemlinsky ronduit denigrerend: “Een karikatuur – zonder kin en met uitpuilende ogen en met een maniakale manier van dirigeren. Toch bevalt hij me buitengewoon.”

Twee jaar lang draaide Alma “de kleine, lelijke dwerg” rond haar vinger. Voor beiden was de relatie een roller coaster vol heftige en tegenstrijdige gevoelens waarin erotische passie en vernederingen – vooral aan het adres van Zemlinsky – onverkwikkelijk met elkaar verstrengeld waren.

 

Zemlinsky’s minderwaardigheidscomplex over zijn uiterlijk, het slikken van vernederingen en de esthetische fascinatie voor vrouwelijk schoon zouden inhoudelijke motieven worden in zijn opera-oeuvre. Zo is de opera Der Zwerg (1919-’21), gebaseerd op een verhaal van Oscar Wilde, een niet mis te verstane commentaar op de turbulente tijd met Alma: een Spaanse infante krijgt voor haar verjaardag een dwerg cadeau. Onwetend over zijn misvormde fysiek geraakt hij helemaal in vervoering voor de mooie prinses. Zij behandelt hem als een speeltje en schenkt hem een witte roos. Wanneer hij haar probeert te kussen, maakt ze hem duidelijk dat hij een monster is. Hij sterft eenzaam met de witte roos geklemd in zijn handen.

 

Ook in König Kandaules zijn de aangehaalde motieven terug te vinden, verknoopt met de drie protagonisten. Kandaules staat voor de estheet/ kunstenaar en zijn beeldmooie echtgenote Nyssia voor het mysterie van de schoonheid – de schoonheid die slechts gedeeltelijke onthulling verdraagt. De visser Gyges begint als ‘underdog’ maar door Kandaules’ amoreel en grensoverschrijdend gedrag klimt hij pijlsnel op en wordt hij de nieuwe heerser. De meeste commentaren zijn het er over eens: tot op zekere hoogte vormen Kandaules en Gyges samen een gespleten zelfportret van de componist.

 

Alexander Zemlinsky

 

Volbloed theaterman

Alexander Zemlinsky kende het theater van binnenuit. Meer dan 30 jaar was hij actief als Kapellmeister aan verschillende theaters zoals het Theater an der Wien, de Weense Volksoper, het Neue Deutsches Theater in Praag en tenslotte de Krolloper in Berlijn. Niet alleen was hij een gedreven ambassadeur van 20ste-eeuwse opera’s zoals Schönbergs Erwartung (1924) en Weills Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny (1931), waarvan hij creaties leidde, hij is zelf auteur van een belangrijk opera-oeuvre. Acht opera’s vloeiden uit zijn pen, als we het onvoltooide König Kandaules meetellen. Slechts enkele titels halen de affiches: behalve Kandaules – dat na de creatie in Hamburg ook te zien was in onder meer Salzburg en Palermo – betreft het steevast Eine florentinische Tragödie en Der Zwerg. De operakennis over Zemlinsky blijft doorgaans beperkt tot deze twee titels.

 

‘Entartet’

 

Toen Zemlinsky op 23 december 1938 arriveerde in New York, om daar een nieuw leven uit te bouwen, had hij het manuscript van König Kandaules in zijn bagage. Een derde was georkestreerd. Hij had goede hoop om de opera in de Metropolitan Opera op de planken te brengen, maar door de aanwezigheid van een cruciale naaktscène raadde men de componist aan het plan op te geven. Toch was de Amerikaanse pudeur niet de enige factor die Zemlinsky weerhield om de opera te voltooien. Reeds in Wenen had hij het werk aan de opera gestaakt. In de ogen van het nazibewind gold hij immers als ‘entartet’. Sinds de door de nazi’s geboycotte opera Der Kreidekreis (1930-’32) gold Zemlinsky als “een wolf in schapenvacht” die nieuwlichterij stiekem weer binnensmokkelde in de ‘gezuiverde’ Duitse muziek.

 

**************

 

König Kandaules

 

Kandaules, koning van Lydië, pakt onophoudelijk uit met zijn onmetelijke rijkdom en zijn immens geluk. Toch weet hij zich het meest gelukkig wanneer hij zijn rijkdom met anderen deelt. Tijdens een feestmaal met hovelingen en vrienden rekt Kandaules zijn generositeit verder op: zelfs de weergaloze schoonheid van zijn echtgenote Nyssia moet met iedereen gedeeld worden. Op Kandaules’ bevel ontsluiert ze zich voor het eerst voor zijn mannelijk gevolg.

Een ring, die tijdens het banket wordt aangetroffen in een vis, geeft een aparte wending aan het gevaarlijke spel met privacy, intimiteit en onthulling dat Kandaules voor zichzelf en de anderen opzet. De inscriptie in de ring – “Ik verberg geluk” – maakt de koning onzeker en kost wat kost wil hij de visser ontmoeten die de vis aan het hof heeft geleverd. Zo verschijnt de straatarme Gyges voor Kandaules. De liefde voor zijn vrouw Trydo is voor Gyges kostbaar maar wanneer Gyges van de libertijnse hovelingen verneemt dat één van hen de liefde met haar bedreven heeft, vermoordt hij haar in het bijzijn van iedereen. Kandaules bewondert de onvoorwaardelijke daad van de visser en beschouwt hem als een echte vriend die hij vanaf nu laat inwonen in het paleis.

Dat de ring de drager ervan onzichtbaar maakt, brengt Kandaules op een bijzonder plan: Gyges mag onzichtbaar het lichaam van zijn vrouw bewonderen wanneer ze zich uitkleedt. In de duisternis van de slaapkamer beseft Nyssia niet dat ze door Gyges benaderd wordt en dat ze een liefdesnacht met hem doorbrengt. Gyges onthult aan haar het geheim. Verraden als ze is door haar echtgenoot, gebiedt ze Gyges om de koning te vermoorden. Gyges wordt ingehaald als de nieuwe heerser aan de zijde van Nyssia. 

Der König Kandaules

Alexander Zemlinsky

 

Vanaf 25 maart in Antwerpen en Gent

 

 

www.operaballet.be